Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

verdelgen - (vernietigen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

verdelgen ww. ‘vernietigen’
Onl. fardiligon ‘vernietigen, uitwissen, verwoesten’ in fardiligot uuerthin fan buoke libbendero ‘mogen ze uitgewist worden in het boek van de levenden’ [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. verdeligen ‘delgen, tenietdoen’ in alle sunden ... gereinicht ende verdelicht ‘alle zonden gereinigd en tenietgedaan’ [15e eeuw; MNW], ‘uitroeien, doen verdwijnen’ in alle die werelt ... verdelichde ‘de hele mensheid uitroeide’ [1464; MNW], verdiligen, verdeligen ‘verwoesten, vernielen, verkwisten, verderven’ [1477; Teuth.]; vnnl. verdelghen, verdelligen ‘vernietigen, tenietdoen’ [1599; Kil.]; nnl. (over een schadelijk gewas) wenschelijk, dat men dit Kruid kon verdelgen [1765; WNT].
Afleiding met het voorvoegsel → ver- (sub b) van → delgen ‘wegdoen, tenietdoen’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

verdelgen [vernietigen] {oudnederlands fardiligon 901-1000, middelnederlands verdel(i)gen} oudsaksisch fardiligon, oudhoogduits fartiligon, van ver- + delgen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

delgen ww. Als simplex alleen van schulden gebruikt, anders verdelgen, ook uitdelgen, mnl. (ver)dēlighen “verdelgen, vernietigen”. = onfr. fardĭligon, ohd. (far)tîligôn, os. fardĭligon, mnd. (vor)děl(i)gen, dîligen, ofri. (ûr)dīligia, ags. (â-, for-) dīlgian “verdelgen, vernietigen”; naast ohd. (ar-, far)tîlên, -ôn (meer zulke doubletten bij eindigen). De wisseling van î en ĭ maakt ontleening uit lat. dêlêre “verwoesten” waarschijnlijk, vgl. bijv. ohd. rigil uit rêgula (zie regel), maar fîr(r)a uit fêria, sîda uit sêta (zie vieren, zijde II). Anders zouden wij ablaut î : ĭ moeten aannemen, desnoods zou dan deel II verwant kunnen zijn (delgen eig. “in stukken slaan”); maar dat is veel onwaarschijnlijker.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

verdelgen ‘vernietigen’ -> Negerhollands vertilg ‘vernieuwen, vervangen, tenietdoen, vernietigen, delgen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

verdelgen vernietigen 0901-1000 [WPs]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut