Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

verbrijzelen - (in stukken slaan)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

verbrijzelen ww. ‘in stukken slaan’
Vnnl. verbryzelen, verbrieselen ‘vernietigen, verslaan’ in verbrieselt al sijn macht [1622; WNT], ‘vergruizen, verpulveren’ in Het Stof is een ... ontbonden en verbrieselde Aerde ‘het stof is een uiteengevallen en verpulverde aarde’ [1634; WNT], ook overdrachtelijk ‘door leed verpletteren’ in verbrijselt van herten [1637; WNT]; nnl. verbrijzelen ‘vergruizen, vernielen, vermorzelen’ in de gansche raamen van ondere tot booven verbrijselt [1777; WNT], peper verbrijzelen, stampen [1846; WNT], al hare hoop verbryzelen [1859; WNT], Dat berigt heeft haar hart verbrijzeld [1862; WNT], De flesch was wel stuk, maar niet verbrijzeld [1897; WNT].
Afleiding met het voorvoegsel → ver- (sub b) van mnl. briselen ‘stukmaken, fijnmaken’ [15e eeuw; MNW], dat ook nog voorkomt in het Vroegnieuwnederlands: brijsen, brijselen ‘verbrijzelen’ [1599; Kil.]. Wrsch. is brijselen, brijzelen een frequentatiefvorm met -l- van brijsen ‘verbrijzelen’ [1599; Kil.]. Dit is ontleend aan Frans brisier, briser ‘breken, verbrijzelen’ [ca. 1100; TLF] (Nieuwfrans briser).
Het Franse woord is net als Laatlatijn brisare ‘druiven persen’ ontleend aan een Keltisch werkwoord. Geattesteerde Keltische vormen zijn o.a.: Oudiers brissid ‘breekt’, Middeliers brise ‘breekbaar’; Middelcornish brew ‘gebroken’; Middelbretons bresel ‘strijd’, Bretons bresa ‘strijden’. Deze woorden zijn mogelijk verwant met → barsten.
Lit.: Matasović 2009

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

verbrijzelen [vermorzelen] {1622} van ver- + middelnederlands briselen < frans briser [breken], dat van gallische herkomst is.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

verbrijzelen ww. eerst nnl. samengesteld uit mnl. brīselen, ouder nnl. brijzelen ‘stuk of fijn maken, stuk gaan’, dat teruggaat op fra. briser (van gallische herkomst). In het nnl. dus met het suffix -elen uitgebreid (invloed van vermorzelen behoeft nauwelijks gewerkt te hebben). Daarnaast oud- en zuidnl. brijzel ‘stukje (waarsch. uit mnl. brīselen afgeleid) en westvla. brijze ‘vod’ van oudnnl. brijzen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

verbrijzelen ww. Nnl. samenst. van mnl. brîselen, ouder en dial. nnl. brijzelen “stuk, fijn maken, stuk gaan”, dat van fr. briser “breken” komt. Voor’t suffix -elen vgl. schermutselen; bij brîselen kan morselen (eerst oudnnl. overgeleverd; zie vermorzelen) invloed gehad hebben. Oudnnl. ook brijzen in bet. = brijzelen. Oud- en zuidnnl. brijzel “stukje”, wvla. brijze “vod” zijn uit ’t Mnl. niet bekend en wsch. jonger dan mnl. brîselen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

verbrysel ww.
Vermorsel, stukkend slaan, vergruis.
Uit Ndl. verbrijzelen (1622), 'n afleiding met ver- van brijzelen (Mnl. briselen) 'verbrysel'.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Broos of bros is verwant met brijze = brok, van brijzen (Fr. briser) = breken; vgl.: „De dood, die tast en bryst in Amstels kroon.’’ – „Door veel bedroeven wordt ons hart haest gebrijst.” Het frequ. is brijzelen: „Sommige steenen zijn zelfs door een zwaren moker niet te brijzelen.” Hiervan verbrijzelen. Vgl. nog ’t Vlaamsch: Een brijzel brood = een stukje, brokje brood.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

verbrijzelen ‘vermorzelen’ -> Duits dialect verbriseln ‘(van een schip) kapotgaan’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

verbrijzelen vermorzelen 1622 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut