Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

ven - (meertje in bos of heide)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

ven zn. ‘meertje in bos of heide’
Onl. fenne ‘moeras, drassig land’ in toponiemen: in flumine Fennepa ‘in het riviertje Vennep’ (met tweede lid apa ‘water’) [914-48, kopie eind 11e eeuw; Künzel], in Heilghelore venne (bij Heiloo, Noord-Holland) [1130-61, kopie ca. 1420; Künzel], Thiadenvenne (met een persoonsnaam Thiade) [12e eeuw, kopie ca. 1420; Künzel]; mnl. venne ‘moeras, drassig land’ in dander daer bi ant fenne ‘de ander daar in de buurt, bij het moeras’ [1286; VMNW]; vnnl. und die wege op die vennen maicken laten ‘en de wegen naar het veen laten herstellen’ [16e eeuw; MNW]; nnl. ven ‘laagte of meertje in de heide’ in De vennen zyn laagtens in de heiden, waar van sommige des zomers ... voor het grootste gedeelte zo droog zyn, dat'er de beesten in gaan weiden [1776; iWNT].
Ontwikkeld uit de verbogen stam van Proto-Germaans *fanja- (o.), waarvan de nominatief heeft geleid tot → veen, zie aldaar voor de andere Germaanse talen. Oorspr. was er geen betekenisverschil tussen veen en ven, maar vanaf ca. de 12e eeuw wordt veen het woord voor een ontginbare grondsoort. Het later vooral nog in Brabant voorkomende woord ven vernauwde zich in betekenis tot ‘moerassig gebied in de heide’ en vandaar de huidige, ook buiten Brabant bekende betekenis ‘natuurlijk meertje op zandgrond’.
In het kustgebied kwam naast het onzijdige woord een vrouwelijk venne voor in de betekenis ‘(laaggelegen) weiland, grasland’, zoals in Achtien gheerse lants up die grote venne in Hemeskerkerban ‘achttien geers land binnne het grote weidegebied in de Heemskerkerban’ [1250; MNW]. Zo ook ofri. fenne ‘id.’ (nfri. finne). Dit gaat terug op pgm. *fanjō-.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

ven* [meertje] {in de plaatsnaam Sutfenne, nu Zutphen (Gld.) 1107, venne [waterig stuk land, veenland] 1286} uit de verbogen nv. stammende nevenvorm van veen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

ven znw. o. ‘kleine meertjes in de heide, door uitvening onstane plas’ (noord-brab. vèn ‘soort zandgrond’, antw. ven ‘meertje in de heide’, noordholl. gron. ven ‘weide’), owfri. faen, oostfri. ven ‘weide’, oe. fenn, fen (ne. fen) m. o. ‘slijk, moeras’, ontstaan uit de verborgen naamvallen van stam *fanja- met nom. *fani ( waarvoor zie: veen). Daarnaast ontstond: mnl. venně ‘veen, moeras’, mnd. venne v. ‘moeras, veen’, ohd. fenni, fenna o. ‘moeras’, nfri. fenne ‘niet maaibaar weiland’ < *fanja, fanjō.

Met nl. kolonisten kwam dit woord naar het Oostelbische gebied, waar het in de vormen fenn o. en fenne v. zeer verbreid is, vgl. Teuchert, Sprachreste 188-190 met kaart.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

veen. Uit het Balt. is, behalve opr. pannean, volgens Endzelin KZ. 52, 116 ook lett. pane ‘gier, mestwater’ verwant.
Oi. paŋka- = ‘modder, moeras’ (zie vocht).

Thematische woordenboeken

G. van Berkel & K. Samplonius (2018), Nederlandse plaatsnamen verklaard

ven 'weide' respectievelijk 'kleine plas in bos- of heidegebied'
Gaat via onl. venne, fenne (ofri. fenne) 'weide' terug op germ. *fanja-, datief enkelvoud van *fani-, dat klankwettig evolueerde tot vêne, waarvoor zie veen. Al in de 12e eeuw was er betekenisverschil tussen vêne als ontginbare grondsoort, en ven. In Noord-Brabant, Limburg en Gelderland overweegt voor ven de betekenis 'kleine plas in bos- of heidegebied', in het kustgebied 'weide', in tegenstelling tot hooi- of bouwland. Oudste attestaties uit het kustgebied: 1130-1161 kopie ca. 1420 Heilgelore venne 'weide behorend bij Heiloo' (ligging onbekend, bij Heiloo)1, 12e eeuw kopie ca. 1420 Thiadenvenne 'weide van Thiade (ligging onbekend, misschien bij Schagen)2.
Lit. 1Künzel e.a. 1989 170, 2Idem 345.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

ven ‘meertje’ -> Frans dialect † venne ‘moerassig terrein’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

ven* meertje 0918-948 [Künzel]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut