Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

vellen - (doen vallen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

vellen ww. ‘doen vallen’
Mnl. vellen in uellet ‘velt’ (exacte betekenis onduidelijk) [1220-40; VMNW], den mur ... vellen ‘de muur omverwerpen’ [1260-80; VMNW], vellen metten suarde ‘doden met het zwaard’ [1285; VMNW], alsi boeme ebben geuelt met haren tanden ‘als ze (de bevers) met hun tanden bomen hebben geveld’ [1287; VMNW].
Afleiding (causatief) van → vallen met het achtervoegsel -jan, dat umlaut veroorzaakte.
Os. fellian (mnd. vellen); ohd. fellen (nhd. fällen); ofri. fella, falla; on. fella (nzw. fälla); < pgm. *falljan- ‘doen vallen’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

vellen* [doen vallen] {1220-1240} oudsaksisch fellian, oudhoogduits fellen, oudfries fella, oudengels fiellan, oudnoors fella; causatief van vallen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

vellen ww., mnl. vellen, os. fellian, ohd. fellen (nhd. fällen), ofri. fella, oe. fiellan (ne. fell), on. fella ‘doen vallen’, is een causatief van vallen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

vellen ww., mnl. vellen. = ohd. fellen (nhd. fällen), os. fellian, ofri. fella, ags. fiellan (eng. to fell), on. fella “doen vallen”. Causativum van vallen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

vellen o.w., Mnl. id., Os. fellian + Ohd. fellan (Mhd. veln, Nhd. fällen), Ags. fiellan (Eng. to fell), Ofri. fella, On. id. (Zw. fälla, De. fælde): met e = ä van den præsensstam van vallen als factit. van een reduplic. werkw.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

2vel ww.
1. Doodmaak. 2. Laat val deur te kap. 3. Uitspreek. 4. (bv. t.o.v. 'n bajonet) Horisontaal rig.
Uit Ndl. vellen (ongeveer 1516 in bet. 1, 1526 in bet. 2 en 3, 1562 - 1592 in bet. 4), 'n kousatiefvorm van vallen 'val'.
D. fällen (9de eeu), Eng. fell (1000).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

vel II: ww., laat val, omkap (bv. ’n boom); doodmaak (bv. m. ’n swaard); uitspreek (bv. vonnis); Ndl. vellen (Mnl. vellen), Hd. fällen, Eng. fell; kous. v. Ndl. vallen, Afr. val, Hd. fallen, Eng. fall, Gr. sphallein, “ten val bring”.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Vellen, caus. van vallen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

vellen ‘doen vallen’ -> Sranantongo fala (ouder: falla) ‘doen vallen, omhakken’; Surinaams-Javaans falah, malah ‘doen vallen’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

vellen* doen vallen 1220-1240 [CG II1 Aiol]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1989. De jongste schepen velt (of wijst) het vonnis.

Men bezigt dit spreekwoord ‘als jonge lieden of kinderen iets beter willen weten dan de ouden en hunne stem met gezag doen gelden’, dus, als zij het hoogste woord voeren. Het spreekwoord is vermoedelijk ontleend aan de gewoonte om den jongsten schepen het eerst zijne stem te doen uitbrengen, zooals voor alle rechterlijke collegiën en krijgsraden was voorgeschreven; ook in den schuttersraad stemde de schutter eerst en daarna de officieren naar hun opklimmenden rang. De jongste schepen velt het vonnis dus niet, doch spreekt het eerst zijn oordeel uit; heeft dit ‘gevolg’, stemmen de andere rechters hiermede in, dan wordt het zijne door de rechtbank uitgesproken. Ook in andere dan schepenen-gerechten heet hij, die het vonnis heeft voor te stellen, de ordelwijzerNdl. Wdb. XI, 103.. Vgl. Cost. v. Rotterdam, a. 15, waar wordt medegedeeld: als de instructie in een crimineele zaak is afgeloopen, belegt de baljuw eene zitting, neemt conclusie ‘ende belast den jonxten schepen mit het vonnisse’ (d.w.z. met het voorstellen van een vonnisMededeelingen der Vereeniging tot uitgave van bronnen van het Oudvaderlandsche Recht, deel IV, bl. 557.; Hooft, Brieven, 547; Huygens, Een wys Hovelingh, vs. 346; Sewel, 701: De jongste schepen spreekt het vonnis, the joungest justice pronounces the sentiment; W. Leevend II, 74; Taalk. Magazijn III, 474; Nieuwe Bijdr. voor Regtsgel. en Wetg. 1853, bl. 273-275 en Van Eijk II, Nal. 31Was in de steden iemand ter dood veroordeeld, dan moest de jongste schepen uitwijzen, door welk soort van dood hij sterven moest; Noordewier, 408 en Cannaert, 11; vgl. ook H. Brunner, Deutsche Rechtsgesch. (1887) I, 175: ‘Auf engen Zusammenhang zwischen Friedlosigkeit und Todesstrafe weist es auch hin, wenn die Satzungen, die letztere androhen, es unterlassen eine bestimmte Todesart auszusprechen, wenn das Urteil schlechtweg auf Tod ohne Angabe der Todesart lautet und wenn es, nach jüngeren Quellen, Befugnis des jüngsten Schöffen oder gar des Henkers ist, die Todesart zu bestimmen’. Hier (in dit bijzondere geval) zou men dus eenigermate kunnen beweren, dat de jongste schepen het vonnis wijst, ofschoon dit in eigenlijken zin reeds door de rechtbank was geschied..

2468. Vonnis vellen (of strijken),

hetzelfde als het mnl. dat oordeel wisen (vinden, geven; hd. das Urteil fällen); zie Ndl. Wdb. XI, 84; Grimm III, 1286 en Kiliaen: Velden oft vellen het oordeel, sententiam dicere, naast vonnesse strikenOok strijken beteekent sedert de Middeleeuwen doen vallen, neerhalen; zie no. 2421; vgl in Zuid-Nederland zijn voois strijken, zijne stem uitbrengen, stemmen (Volkskunde XIII, 166) en onze uitdr. zijne keus op iets laten vallen; hd. seine Wahl fällen; fr jeter son dévolu sur qqch., dat eveneens sedert de 16de eeuw wordt aangetroffenJacobs, Verouderde Woorden, 204.; 17de eeuw: het vonnis vellen (of striken), het vonnis uitspreken; eig. het vonnis doen vallen op het hoofd van den beklaagde (?).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut