Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

velen - (verdragen, dulden)

Etymologische (standaard)werken

Michiel de Vaan (2014-2018), Addenda EWN, gepubliceerd op www.neerlandistiek.nl"

velen ww. ‘verdragen, uitstaan’
Mnl. velen ‘verdragen’ (ca. 1440). Nnl. velen, veelen ‘verdragen, uitstaan, verkroppen’ (vanaf 1613). Het komt bijna altijd in de infinitief velen voor, tegenwoordig bovendien bij voorkeur met een ontkenning (ik kan het niet velen dat/als). Opvallend is het ontbreken van het woord in literatuur uit de 16e eeuw, wat misschien aan het (in westelijke dialecten) als spreektalige aangevoelde karakter van het woord kan liggen.
Van dezelfde stam als bevelen ‘opdragen’. Verwante vormen: Gotisch filhan ‘verbergen, begraven’, anafilhan ‘overhandigen’; Oudijslands fela ‘verbergen, bestemmen, overdragen’; Oudengels fēolan intr. ‘binnendringen’, trans. ‘ondergaan, doorstaan’, Oudhoogduits felahan ‘samenstellen, bewaren; toevertrouwen’, felaho m. ‘schepper’.
Voor het Proto-Germaanse werkwoord *felhan kan de betekenis ‘binnendringen, bereiken’ gereconstrueerd worden, bij overgankelijk gebruik ‘laten binnendringen, toevertrouwen’ > ‘verbergen, begraven’. Blijkens het Oudengelse ‘ondergaan, doorstaan’ moet de overgang naar ‘verdragen’ vrij oud zijn, en mogelijk bij medio-passief gebruik van ‘overdragen’ of ‘verbergen’ zijn ontstaan: ‘stopt bij zich weg’ > ‘verdraagt’. Dat doet denken aan Duits wegstecken ‘wegstoppen; iets onaangenaams accepteren’. De etymologie van Gm. *felh- is onduidelijk, de wortel kan op PIE *pelk- teruggaan, maar er is geen overtuigend aanknopingspunt bij de bekende Indo-Europese woordenschat. Mogelijk is PGm. *fulgjan-, -ēn-, waaruit onder andere Ned. volgen stamt, afgeleid van dezelfde wortel als *felhan (Kroonen 2013: 159).
[Gepubliceerd op 10-11-2016 op Neerlandistiek.nl]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

velen* [verdragen, dulden] {1440} nederduits felen, fries fele, oudengels feolan, befeolan [ondergaan, doorstaan] (vgl. bevelen).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

velen ww. ‘verdragen, dulden, verduren’ (eerst sedert ± 1440 bekend in een fries-holl. tekst), vgl. oe. fēolan, befēolab ‘ondergaan, doorstaan’. — Het zal zeker behoren tot de onder bevelen behandelde groep; gaat men uit van de daar gerefereerde opvatting van Trier, dan kan zich uit de situatie van de mannengemeenschap zowel die van ‘bevelen, opdragen’ als die van ‘ondergaan, verduren’ ontwikkeld hebben.

Minder overtuigend is een bet. ontw. ‘verbergen’ > ‘verdragen, kunnen verdragen van spijzen’ > ‘verkroppen, dulden’ (de Tollenaere WNT 16, 1590).

velen [Aanvullingen De Tollenaere 1969]: dat men ter verklaring van dit woord uit moet gaan van de bij bevelen vermelde opvatting van J. Trier, Lehm 25 [1951] (got. filhan ‘verbergen’ zou moeten worden afgeleid uit de omheining van het graf), lijkt niet waarschijnlijk. De verklaring van het NEW: ‘uit de situatie van de mannengemeenschap (kan zich) zowel (de betekenis) . . . van ‘bevelen, opdragen’ als die van ‘ondergaan, verduren’ ontwikkeld hebben’, is weinig concreet.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

velen ww. Komt ’t eerst ± 1500 in een fri.-holl. tekst voor, maar is toch een oud woord blijkens ags. fêolan, be-fêolan “ondergaan, doorstaan”. Ook fri. en oostfri. Wsch. = germ. *felχanan “verbergen” (zie bevelen), ofschoon de bet.-ontwikkeling vreemd is.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

velen o.w., + Oostfri. feilen, fällen, Ags. féolan = doorstaan: schijnt bij bevelen te behooren.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

fele (ww.) verdragen; Middelnederlands velen <1440>.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

2veel ww.
Verdra, duld.
Uit Ndl. velen (al Mnl.).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

veel II: duld, uitstaan, verdra; Ndl. (eerste dokg. ong. 1500) velen, vgl. Oeng. fēolan, “deurstaan, ondergaan”, herk. verderop onseker.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

velen ‘verdragen, dulden’ ->? Duits dialect vedragen, dulden ‘felen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

velen* verdragen, dulden 1440 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut