Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

veinzen - (huichelen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

veinzen ww. ‘huichelen, voorwenden’
Mnl. vensen ‘voorwenden’ in dat niemen bi quadheden en stic hem seluen uinse besiect ‘opdat niemand kwaadwillig zichzelf een poosje ziek voordoet’ [1236; VMNW], ‘verzinnen, bedenken, fantaseren’ [1240; Bern.], Hi heft geuenset eenen raet ‘hij heeft een plan bedacht’ [1265-70; VMNW], veinsen in Niemen en wane no en peinse, Dat ic dit in boerden veinse ‘laat niemand denken dat ik dit als grap verzin’ [1300-25; MNW-R].
Daarnaast ook al vroeg vensinge, uensinge, finsinge ‘veinzing; verzinsel’ [1240; Bern.].
Mnl. vensen is ontleend aan middeleeuws Latijn fingere ‘huichelen, zich voordoen’, uit klassiek Latijn fingere ‘vormgeven, uitbeelden, verzinnen, huichelen’, verwant met → deeg. De uitspraak van -g- voor palatale klinker als fricatief of affricaat /(d)ž/ was in middeleeuws en christelijk Latijn wijdverbreid en werd in het Middelnederlands als /z/ overgenomen. De stamklinker -e- is mogelijk volksetymologisch beïnvloed door de klinker in pensen ‘overdenken’, zie → peinzen. Net als dit laatstgenoemde woord onderging vensen nog in het Middelnederlands de klankovergang -en- > -ein- voor dentaal als in → einde.
Met een andere uitspraak is hetzelfde Latijnse woord fingere later herontleend als mnl. fingieren [eind 14e eeuw], zie → fingeren.
Ontlening van vensen aan het Oudfrans is onwaarschijnlijk, aangezien Latijn fingere in het Frans al vroeg klankwettig is ontwikkeld tot feindre (zoals tingere ‘verven’ > Frans teindre). Ontlening aan de Franse tweede persoon enkelvoud feins (Verc.), de enige vervoegingen met n + fricatief, is eveneens onwaarschijnlijk.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

veinzen2 [huichelen] {vensen, vinsen, veinsen 1201-1250} net als middelnederduits vensen < latijn fingere [vormen, veinzen, verzinnen] (vgl. fictie, fingeren).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

veinzen ww., mnl. vensen, vinsen, veinsen, veisen ‘veinzen, uitdenken’, mnd. vensen, vinsen ‘veinzen’ leidt men af uit een romaanse vorm van lat. fingere ‘voorgeven, veinzen’ (> fra. feindre, ne. feign), waarbij een tot z is ontwikkeld.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

veinzen ww., mnl. vensen, vinsen, vei(n)sen “veinzen, uitdenken”. Voor ’t vocalisme vgl. peinzen. Evenals mnd. vensen, vinsen “veinzen” van een rom. vorm van lat. fingere “verzinnen” (fr. feindre, eng. to feign “veinzen”) met ž door assibilatie uit g. De mnl. voorkomende vormen met f kunnen op invloed van fr. feindre berusten.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

veinzen o.w., Mnl. veinsen, veisen, een infin. gevormd van het præs. (ic) veins, uit Fr. (tu) feins, gelijk Eng. to feign van (vous) feignez, van feindre, uit Lat. fingere = maken, voorstellen: z. deeg, figuur.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

veins ww.
Vals voordoen.
Uit Ndl. veinzen (1546).
Eng. feign (1300).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

veinzen (Latijn fingere)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Veinzen, van ’t Fr. feindre (je feins = ik veins), en dit van ’t Lat. fingere = voorstellen, afbeelden, fingeeren, verwant met figuur. Veinzen wil dus eig. zeggen: het beeld aannemen, maar de zaak zelf niet bezitten; bijv. vriendschap veinzen = het beeld, de gedaante van een vriend aannemen, maar in werkelijkheid het niet zijn.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

veinzen ‘huichelen’ -> Duits dialect † feinsen ‘huichelen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

veinzen huichelen 1240 [Bern.] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut