Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

vandaag - (heden)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

vandaag bw. ‘heden’
Mnl. van [den/desen/enz.] daghe ‘op deze dag’ in De tiende wile van den daghe ‘om tien uur vandaag’ [1285; VMNW wile III], Also helpe mi god van desen daghe ‘zo moge God mij vandaag helpen’ [1350; MNW-R], dat mijn soen van desen daghe niet steruen en sel ‘dat mijn zoon vandaag niet zal sterven’ [1479; MNW-P], vandaech ‘op deze dag, heden’ in dat alle die gilden ... sullen doen maken ende hebben eenen helen toorts vandaich ... om hem eerliken in te halen ‘... vandaag een toorts moeten maken en hebben, om hem (de hertog) op gepaste wijze te onthalen’ [1488; via MNHWS]; vnnl. hi waer de scoenste man die van dage over de brugghe ginc of gaen sal ‘hij was de mooiste man die vandaag over de brug liep of zal lopen’ [1508; MNW-P]; vnnl. tis van daegh, Den vierden Februarij [1612; iWNT lichtmis].
Samentrekking van de Middelnederlandse datiefconstructie vandendaghe ‘op deze dag’, waarbij vanden > van, op soortgelijke wijze als Duits von dem > vom, en waarbij de slot-e is weggevallen. Zie verder → van en → dag. Volgens hetzelfde model zijn vanmorgen/vanochtend ‘op deze ochtend’, vanmiddag ‘op deze middag’ en vanavond ‘op deze avond’ gevormd. In vergelijkbare vaste verbindingen is het lidwoord bewaard gebleven, van de week, van de zomer, van de winter ‘deze week, deze zomer, deze winter’.
Lit.: J. Taeldeman (1981), ‘Omtrent Vanacker’, in: Taal en Tongval 33, 118-122

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

vandaag* [heden] {vandaich 1488} uit middelnederlands vandage, waarin dage de 3e nv. van dag is.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

vandaag bijw. Evenmin als vannacht mnl.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

vandaag bijw., uit vandage, saamgest. met den datief van dag.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

vendaog (zn.) vandaag; Sermoen euver de Weurd (18e eeuw) van daug, Vreugmiddelnederlands van daghe <1285>.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

vandaag ‘heden’ -> Duits dialect vandage, vondoag, vondag ‘heden’; Javindo fandaag ‘heden’; Negerhollands van dag, vandag, fandå, fandā, fanda ‘heden’; Berbice-Nederlands fandaka ‘heden’; Skepi-Nederlands fandak ‘heden’; Creools-Engels (Maagdeneilanden) † fanda ‘heden’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

vandaag* bijwoord van tijd: heden 1488 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut