Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

validiteit - (geldigheid)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

validiteit [geschiktheid (voor de dienst), geldigheid] {1637 als ‘geldigheid’; als ‘geschiktheid’ 1668} < frans validité [idem] < latijn validitatem, 4e nv. van validitas, van validus [krachtig] (vgl. valide).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

validiteit s.nw.
Geldigheid, egtheid.
Uit Ndl. validiteit (1637).
D. Validität, Eng. validity (1550), Fr. validité (1508).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

validiteit geldigheid 1597 [WNT Bijv.+verb.] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut