Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

vaccin - (entstof)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

vaccin zn. ‘entstof’
Nnl. eerst een geïsoleerde vermelding: vaccin “koepokkengif” [1824; Weiland], dan lymphe of het vaccin tegen de tuberculose [1891; Gids 1, 406].
Ontleend aan Frans vaccin ‘entstof tegen infectieziekte’ [1852; Rey], eerder ook ‘entstof tegen koepokken’ [1801; Rey], een nieuwvorming bij het toen reeds bestaande vrouwelijke woord vaccine ‘koepokken’ [1749; Rey], bij uitbreiding ook ‘inenting tegen koepokken’ [1800; Rey]. Dit is het zelfstandig gebruikte tweede lid van variole vaccine ‘koepokken’, Neolatijn variolæ vaccinæ [1798; OED vaccine], waarin het eerste lid het Latijnse bn. vaccīnus ‘van koeien’ is, dat is afgeleid van vacca ‘koe’. Deze ziektenaam is een leenvertaling van Engels cow-pox ‘koeienpok(ken)’ [ca. 1780; OED].
Van Latijn vacca is de verdere herkomst onzeker. Verwantschap met Sanskrit vaśā́- ‘koe’ is klankwettig niet probleemloos. Vacca wordt ook wel in verband gebracht met vāgīre ‘janken, schreeuwen’ en Sanskrit vā́śati ‘brult’.
Ook Frans vaccine is in het Nederlands ontleend: nnl. vaccine ‘(entstof of inenting tegen) koepokken’ [1800; iWNT], maar dat woord is in de betekenis ‘entstof’ verdrongen door vaccin; het komt nog voor als ‘koepokstof’.
vaccineren ww. ‘inenten’. Nnl. gevaccineerd “met het koepok-gift ingeënt” [1800; iWNT], ‘met een ander vaccin ingeënt’ in De pest is thans ook uitgebroken te Malmesbury ... reeds zijn 2000 inboorlingen gevaccineerd [1901; Leeuwarder Courant]. Ontleend aan Frans vacciner ‘inenten met koepokstof’ [1801; TLF], een afleiding van vaccine ‘inenting met koepokstof’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

vaccin, vaccina [entstof] {vaccine 1805, vaccin 1824, vaccina 1901-1925} < frans vaccin of direct < modern latijn vaccina, van vacca [koe], eig. dus: koe(pok)inenting (vgl. vaquero).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

vaksine s.nw.
Entstof.
Uit Eng. vaccine (1846) of minder wsk. Ndl. vaccin (1914).
D. Vakzine, Fr. vaccin (1801).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

vaccin ‘entstof’ -> Indonesisch vaksin(a) ‘entstof’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

vaccin entstof 1805 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut