Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

vacant - (onbezet)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

vacant bn. ‘onbezet’
Vnnl. vacant ‘onbezet (van ambt)’ in stragiers ghoet ende vacant wesende ‘vacant goed’ [1563; Stall. III, 389]; Abdijen, die ... Vacant werden ‘abdijen waarvan het beheer vrij kwam’ [1569; iWNT].
Ontleend, al dan niet via Frans vacant ‘beschikbaar (o.a. van ambt)’ [1557; Rey], eerder al ‘zonder eigenaar’ [1378; Rey] en ‘zonder ambtsbekleder’ [1207; Rey], aan Latijn vacāns (genitief vacantis), teg.deelw. van vacāre ‘leeg, vrij, zonder beheerder of eigenaar zijn’, dat vermoedelijk is afgeleid van een bijvoeglijke stam *wako- ‘leeg’.
Italisch *wako- gaat wrsch. terug op pie. *h1uh2-ko- en is dan afgeleid van de wortel *h1ueh2- ‘verlaten, opgeven, ophouden’ (LIV 254), waarbij wrsch. ook Latijn vānus ‘leeg; vergeefs’ en zie → wan(-).
In het Middelnederlands bestond al eerder een werkwoord vaceren ‘onbezet zijn’ [1381; MNW], dat ontleend is, mogelijk via Frans vaquer ‘vacant zijn’ [1265; Rey], aan Latijn vacāre.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

vacant [onbezet] {1569} < frans vacant < latijn vacans (2e nv. vacantis), teg. deelw. van vacare [leeg zijn, vrij zijn], verwant met vacuus [leeg], vanus [leeg, ijdel].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

vacant bnw., eerst na Kiliaen < fra. vacant < lat. vacante, verb. vormen van vacans.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

vacant bnw., nog niet bij Kil. Van fr. vacant (< lat. vacans).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

vakant b.nw.
Leeg, onbeset, ongevul.
Uit Ndl. vacant (1569).
Ndl. vacant uit Fr. vacant uit Latyn vacans, die teenwoordige dw. van vacare 'leeg wees, vry wees'.
D. vakant (17de eeu), Eng. vacant (1290).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

vacant ‘onbezet’ -> Papiaments † vacant ‘onbezet’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

vacant onbezet 1569 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut