Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

vaas - (pot)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

vaas zn. ‘vat om snijbloemen in te zetten’
Vnnl. vase ‘kunstig vaatwerk’ in een Antijckse vase ‘een vaas uit de klassieke oudheid’ [1553; WNT]; nnl. vaes [1714; WNT].
Ontleend aan Frans vase ‘vaas’ [1539; TLF], dat zelf ontleend is aan Latijn vas ‘id.’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

vaas [kunstig vaatwerk] {1553} < frans vase < latijn vas, vasum [vaas, kan].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

vaas znw. v., eerst nnl. < fra. vase (sedert de 16de eeuw) < lat. vas.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

vaas znw., nog niet bij Kil. Uit fr. vase = it. spa. port. vaso (< vulgairlat., reeds oudlat. vâsum naast lat. vâs “vat”). Ook elders ontleend.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

vaas 1 v. (pot), uit Fr. vase, van Lat. vasum, bijvorm van vas (z. kaar).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

vaas (zn.) vaas; Nuinederlands vase <1553> < Frans vase.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

vaas s.nw.
Blompot, meestal kunstig of duur en met 'n vernoude bek.
Uit Ndl. vaas (1553).
D. Vase (18de eeu), Eng. vase (1629), Fr. vase (16de eeu).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

vaas: blompot, kruik; Ndl. (na Kil) vaas uit Fr. vase (wu. wsk. ook Eng. vase) uit Lat. vas, “skottel”.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

vaas (Frans vase)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Vaas, van ’t Fr. vase, uit ’t Lat. vas = vat.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

vaas ‘kunstig vaatwerk’ -> Indonesisch vas ‘bloemenvaas’; Menadonees vas ‘bloemenvaas’; Konkani vaaz ‘bloempot’; Papiaments vas ‘kunstig vaatwerk’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

vaas kunstig vaatwerk 1553 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut