Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

vaandrig - (aspirant-reserveofficier)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

vaandrig zn. ‘aspirant-reserveofficier’
Vnnl. vendrig ‘vaandeldrager in een compagnie’ in kapiteinen, luitenants, vendrigs [1536; iWNT weifel I], vaenderich ‘id.’ [1546; iWNT], vendrich ‘id.’ [1574; Kil.], vaendrigh ‘id.’ [1599; Kil.]; nnl. vaendrig ook algemener ‘jongste officier van een compagnie’ in dat de Vaendrigs van de Compagnien ... dienst sullen doen als jongste Lieutenants [1705; iWNT].
Ontleend aan Vroegnieuwhoogduits Fähndrich ‘vaandeldrager’ (Nieuwhoogduits Fähnrich), dat onder invloed van woorden als Vroegnieuwhoogduits mietrich ‘huurling’, wüterich ‘woesteling’ is gevormd naast Middelhoogduits venre ‘vaandeldrager’ (nog Zwitsers-Duits Venner ‘vaandrig’), ontwikkeld uit Oudhoogduits faneri, dat is afgeleid (zie → -aar) van fano ‘vaandel’, zie → vaan. De -d- is een overgangsklank als in → donder. In het Nederlands werd de eerste lettergreep aangepast aan die van vaan en → vaandel.
De vaandrig is dus genoemd naar zijn oorspronkelijke functie. In de Nederlandse krijgsmacht is vaandrig tegenwoordig de benaming voor een aspirant-officier. In het BN is vaandrig haast uitsluitend bekend als ‘vaandeldrager’. Binnen de scouting bestaat de term nog voor de onder de hopman gestelde leidinggevende bij de verkenners.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

vaandrig [aspirant-reserveofficier] {venderick 1546} < hoogduits Fähnrich, oudhoogduits faneri (vgl. vaandel).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

vaandrig znw. m., sedert Kiliaen < nhd. fähnrich < vroegnhd. venrich met secundaire uitgang afgeleid van ouder mhd. venre < ohd. faneri ‘vaandeldrager’. — Zie: vaan.

vaandrig [Aanvullingen De Tollenaere 1969]: oudste nl. aanhaling 1546 in het, uit het hd. vertaalde, woordenboek van Dasypodius (Ts 85, 216 [1969]).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

vaandrig znw., sedert Kil. Onder invloed van nhd. fähn(d)rich m. (een secundaire vorm naast mhd. van(e)re, venre, ohd. faneri, mnd. vanere, venre, vēner m.) “vaandrig” opgekomen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

vaandrig m., Kil. vaendrigh, uit Hgd. fähn(d)rich, dat met epenthet. d een afleid. is van Mhd. venre, Ohd. faneri = vaandrig, zelf een afleid. van fana = vaan. Dus heeft -drig niets met dragen te maken.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

vaandrig s.nw.
1. (histories) Soldaat wat die vaandel dra. 2. Waarnemende onderluitenant in die vloot.
Uit verouderde Ndl. vaandrig (1546 in bet. 1, 1733 in bet. 2).
D. Fähnrich (9de eeu).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

vaandrig: vaandeldraer; Ndl. vaandrig (by Kil vaen-draegher/vaendrigh), Hd.fähn(d)rich; d. eerste lid hou verb. m. vaan (q.v.) en d. tweede m. die ww. dra; by vRieb gew. vendrigh.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

vaandrig (Duits Fähnrich)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Vaandrig uit ’t Hgd. Fähndrich of Fähnrich, van ’t Ohd. faneri, waarin ri, Hgd. -rich, ons -rik, een afl. voor mannelijke persoonsnamen is in de bet. van: beheerscher, bezitter; vgl. Frederik.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

vaandrig ‘aspirant-reserveofficier’ -> Fries faandrich ‘aspirant-reserveofficier; afdeling, kwartier’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

vaandrig aspirant-reserveofficier 1546 [WNT] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut