Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

vaalt - (belt)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

vaalt zn. ‘belt’
Mnl. vaelde, vaelt ‘omheinde ruimte of erf’ wrsch. al in de plaatsnaam Valten (datief) ‘Valthe (Drenthe)’ [1217; Van Berkel/Samplonius], zeker in de plaatsnaam de Vaelt ‘De Vaalt (Gelderland)’ [1328; Van Berkel/Samplonius], in dat huys off in den vaelt ‘in het huis of op het omheinde erf van het huis’, in den huse off in des huses betuende vaelde ‘in het huis of op het bij het huis liggende erf’ [beide 1412; MNW], ‘bewaarplaats voor mest’ in die messen uut sinen vaelt gevoert ‘(hij heeft) de mest uit zijn mestvaalt verwijderd’ [1413; MNW].
Os. faled ‘bewaarplaats voor mest; stal’ (mnd. vālet, vālt, valt ‘id.; erf van een huis; omheinde weide’); oe. fald, falod ‘stal, schaapskooi e.d.’ (ne. fold); ode. fald ‘omheinde weide’ (nde. fald, nzw. fålla); < pgm. *falud- of -ed.
Herkomst onbekend. Er zijn geen Indo-Europese verwanten. Men leidt dit woord meestal af van de wortel pgm. *falth-, zie → vouwen (FvW, NEW, WNT, Toll.) en veronderstelt een betekenisovergang via ‘vlechten’ en ‘gevlochten omheining’. De overgang van ‘vlechten’ naar ‘omheining’ is vergelijkbaar met die van Duits Hürde ‘schaapskooi’ < ‘vlechtwerk’ (zie → hor).
In het Nederlands is het oorspr. alleen een oostelijk woord, dat pas vanaf de 19e eeuw in de woordenboeken wordt opgenomen (WNT). De betekenis ‘bewaarplaats voor mest’ is wrsch. ontstaan uit ‘schaapskooi’. De schapenmest uit de schaapskooien was op de oostelijke zandgronden essentieel voor de bemesting van de essen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

vaalt* [vuilnisbelt] {in de plaatsnaam in Valten, nu Valthe (Drente) 1217, va(e)lde, va(e)lt [omheinde ruimte of erf, mestvaalt] 1444} oudsaksisch faled [veestal, mestput], oudengels fal(o)d [afgeschoten ruimte voor huisdieren] (engels fold [schaapskooi]); wel te verbinden met vouwen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

vaalt znw. v., mnl. vaelt, vaelde m. ‘mestvaalt: omheinde ruimte’, vgl. os. faled ‘koestal’, mnd. vā̆lt m. ‘omheinde ruimte (voor het vee), mestvaalt’, oe. fald (ouder falud, falæd) o. ‘stal’, ouder-de. fald ‘schaapskooi’ (ne. fold ‘heining’).

Men kan het woord verbinden met de onder vouwen behandelde wortel *pel, wanneer men aanneemt, dat daarvan de oorspronkelijke bet. ‘vlechten’ zou zijn geweest; dan moet men dus uitgaan van een ‘gevlochten heining’, die diende om bepaalde grondstukken af te zonderen. — Verbinding met on. fjǫl ‘plank’ (van de wt. *(s)p(h)el ‘splijten’, vgl. spouwen is minder waarschijnlijk, vooral omdat dit skand. woord in het westgerm. niet bekend is.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

vaalt znw., mnl. vaelt (vaelde) m. De t is als bij kruit, zat te verklaren en de bet. gaat op “(door planken) afgesloten ruimte, (planken) heining” terug. = os. faled “koestal”, mnd. vā̆lt m. “omheinde ruimte, o.a. voor ’t vee, mestvaalt”, ags. fald (oud falud, falæd) o. “stal”, ouder-de. fald “schaapskooi”. Wordt wel bij vouwen gebracht. De bet. maakt ook verwantschap met on. fjǫl v. (*felô-) “plank” aannemelijk. Hiermee verwant is ksl. polica “id.”; wellicht ook oi. phálaka- “id.”: dan is de oorspr. bet. dezer woorden “afgespleten stuk”: vgl. oi. phálati “hij splijt” (intr.); verdere verwanten bij spouwen.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

vaalt. On. fjǫl v. eerder < *felχô-.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

vaalt v., Mnl. vaelt, Os. faled = koestal + Ndd. falt, Ags. falud = afgeperkte plaats: oorspr. onbek.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

vaalt ‘vuilnisbelt’ -> Frans † faulde, faude ‘mesthoop’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

vaalt* vuilnisbelt 1217 [Prisma NPl.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut