Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

vaak - (dikwijls)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

vaak bw. ‘dikwijls’
Mnl. vake ‘dikwijls’ in wee one huzet, die vorluset I pont, also vake alst we duet ‘wie hem onderdak verleent, die moet 1 pond boete betalen, zo vaak als hij dat doet’ [1311, kopie 1355-57; Pijnacker Hordijk 1881], van dien male, dat L. vake ghebracht hadde ‘van de maaltijd, die L. vaak gebracht had’ [1343-45; MNW].
Oude datief enkelvoud van het woord → vak, waarvan de stam in de verbogen naamvallen oorspr. vake- luidde en pas later vacke- naar analogie van de nominatief.
Mnd. vaken, vakene, vake (nnd. fāke, fāken); ofri. faken < mnd. (nfri. faak, faken(tiids)); alle ‘vaak’. In het Nederduits heeft de datief meervoud tot het versteende bijwoord vaken geleid, maar in het Middelnederlands is de vorm met -n te zeldzaam om diezelfde conclusie te kunnen trekken (WNT).
In het Middelnederlands komt het woord vooral voor in oostelijke teksten. Het gewone westelijke en zuidelijke woord voor ‘vaak’ was dicke, dat nog herkenbaar is in → dikwijls.
Lit.: C. Pijnacker Hordijk (1881), Rechtsbronnen der stad Zutphen van het begin der 14de tot de tweede helft der 16de eeuw, 's-Gravenhage, 6

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

vaak2* [dikwijls] {vake(n), vaec 1324-1341} middelnederduits vake(n), oudfries faken, eig. verbogen vormen van vak; overgang van begrippen van ruimte in die van tijd is niet ongewoon.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

vaak 2 bijw. mnl. (vooral oostmnl.) vāke, Kiliaen vāke, vāken (Sax. Fris. Sicamb. Holl.), mnd. vāke, vāken(e), ofri. fāken ‘dikwijls’. Van oorsprong een 3de nv. enk. van vak, dat ook voor tijdsruimte gebruikt werd, vgl. oe. fæc ‘tijdruimte’. Ook mhd. (md.) gevach bnw. bijw. ‘herhaaldelijk’.

J. W. Muller Ts 35, 1916, 42-49 en 56, 1937, 234-238 heeft gewezen op de fries-saksische oorsprong van het woord. Hij noemt de verschuiving van het begrip ‘plaatselijke’ naar ‘tijdsruimte’ typerend voor het inguaeoons. — B. van den Berg, Oude Tegenstellingen, 1938, 35-41 laat op kaart 37 zien, dat vake vroeger in Overijsel, de Achterhoek en een gedeelte van Oost-Veluwe thuishoort, terwijl overigens dikwijls in gebruik is (dik in Oost-Brabant en duk in Utrecht en Gelderland). De kaart 45 voor de huidige toestand toont vaak bovendien in Drente, Groningen, Friesland en NHolland.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

vaak II bijw. Kil. vake, vaken (“Sax. Fris. Sicamb. Holl.”), mnl. (vooral oostmnl.) vāke. = mnd. vāke, vāken(e), ofri. faken “vaak”. Oorspr. een dat. mv. (vgl. wijlen) van vak in de bet. “tijdruimte” (die vooral aan ags. fæc o. eigen is). Mhd. (md.) komt gevach bnw. bijw. “herhaaldelijk” voor.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

vaak II, hoorde vanouds thuis in de fri. en saks. streken en is nog in de holl. volkstaal niet gewoon. Muller Tschr. 35, 42 vlgg.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

vaak 2 bijw. (dikwijls), uit vake, ouder meervoud van vak (vergel. dag, dage). Dus = bij vakken, bij wijlen + Ndd. vake, Hgd. (viel)fach.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

vaak ‘bijwoord van tijd: dikwijls’ -> Duits dialect foaken ‘bijwoord van tijd: dikwijls’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

vaak* bijwoord van tijd: dikwijls 1324-1341 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut