Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

utopie - (droombeeld)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

utopie zn. ‘droombeeld’
Vnnl. Utopia ‘denkbeeldige volmaakte staat’ in Utopia, 't verdichte Nergens-land [1624; WNT utopia]; nnl. utopia, utopie ‘onuitvoerbaar plan, illusie’ in ieders willekeurig ontworpene theoriën en utopiën [1830; WNT], ‘niet te verwezenlijken ideaal’ in iets dat wellicht voor altoos een utopia blyven moet [1839; WNT], afschaffing van sterken drank ... eene utopie [1859; Vad.Let. 1, 529], die ... theorie wordt nu in zijn ogen plotsklaps een utopie [1875; WNT zeepbel].
Ontleend, in de oudste attestatie rechtstreeks en in de huidige vorm en overdrachtelijke betekenis via Frans utopie ‘droombeeld, niet te verwezenlijken ideaal’ [1821; TLF], ouder Utopie ‘naam van een denkbeeldige volmaakte staat’ [1532; TLF], aan Neolatijn Utopia. De naam die de Britse humanist en politicus Sir Thomas More (1478-1535) in 1516 bedacht voor een eiland met een volmaakt sociaal en politiek stelsel. Het in 1516 in het Latijn geschreven werk Utopia had een grote invloed en werd in 1550 in het Frans vertaald, in 1551 in het Engels en in 1629 in het Nederlands. More vormde de naam van Grieks ou ‘niet’, van onbekende herkomst, en een afleiding van tópos ‘plaats’ (van onzekere verdere herkomst), letterlijk dus ‘niet bestaande plaats, nergensland’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

utopie [droombeeld] {Utopia [denkbeeldig, ideaal land] 1624, utopie [droombeeld] 1830} < engels Utopia, de verkorte titel van een werk van Sir Thomas More (1478-1553), de benaming van een ideaal eiland, gevormd van grieks ou [niet] + topos [plaats], dus: nergens.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

utopie znw. v., eig. gr. ou ‘niet, geen’ + tópos ‘plaats’, is de titel van een in 1516 door Thomas Morus geschreven boek Utopia ‘Nergensland’. Zo wordt het de naam voor een alleen in de verbeelding bestaand land; daaruit wordt afgeleid ne. utopian, (sedert 1551) ‘alleen in de verbeelding bestaand’, waaruit weer utopie de bet. ‘waandenkbeeld’ verkrijgt.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

utopie znw. Internationaal woord. Van Utopia, den naam van ’t eiland, waar Th. Morus zijn denkbeeldige republiek plaatste (gr. ou “niet, geen” + tópos “plaats”).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

utopie s.nw.
1. Denkbeeldige land waar ideale toestande heers. 2. Ideale toestand wat 'n mens probeer skep, droombeeld.
Uit Ndl. utopie (1624 in bet. 1, 1830 in bet. 2).
Ndl. utopie in bet. 1 uit Eng. utopia, wat in die titel van 'n werk deur Sir Thomas More (1478 - 1553), in 1516 geskryf, voorkom en wat verwys na 'n ideale eiland. Eng. utopia gevorm van Grieks ou 'nie' en topos 'plek', dus 'nêrens'. Ndl. utopie in bet. 2 uit Fr. utopie.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

utopie (Engels utopia)

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Utopia. In 1516 verscheen van sir Thomas Moore (door koning Hendrik VIII in 1529 tot Lord-Kanselier benoemd) een boekje “Utopia”. In het eerste gedeelte schildert de schr. den toenmaligen, hoogst treurigen toestand van Engeland. In het tweede gedeelte schetst hij als tegenhanger de republiek Utopia, op het denkbeeldige eiland van dien naam; hier heerschten inderdaad ideals toestanden: er was geen despotisme, geen slavernij, maar ook geen weelde (goud was er minder waard dan het zooveel nuttiger ijzer), geen misdaden werden begaan, enz., inderdaad een Dorado. Waarschijnlijk wilde Moore met dit boekje op bedekte wijze den koning aantoonen, welke hervormingen noodig waren. Het boekje “Utopia” (gevormd van ’t Gr. ou topos = geen plaats, Nergensland) maakte grooten opgang en was het model voor latere hervormers, die eveneens Utopia’s schreven. Ieder droomde daarin, als Moore, van een ideale maatschappij met ideale menschen... in werkelijkheid echter niet te bereiken. Vandaar dat men hersenschimmige denkbeelden nog steeds utopieën noemt en de dwepers met zulke onbereikbare hervormingsideeën utopisten.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

utopie ‘droombeeld’ -> Indonesisch utopi ‘droombeeld; droom’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

utopie droombeeld 1830 [WNT] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut