Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

uppertje - (inhoudsmaat)

Etymologische (standaard)werken

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

uperken o., Kil id. = kwart kan, 17e eeuw upperken = trekpotje + Barg. uppie = halve cent.

Thematische woordenboeken

E. Sanders (1997), Borrelwoordenboek: 750 volksnamen voor onze glazen boterham, Den Haag

uppertje Het woord uppertje kwam al in het Middelnederlands voor en heeft vele betekenissen gehad, te weten: 1. halve pint; 2. drinknap of drinkkommetje; 3. soort theepotje (17de eeuw); 4. maatje of potje dat men overschudt in een grotere pot (19de eeuw); en 5. borreltje. De herkomst is niet bekend. Willem Bilderdijk veronderstelde in 1818 dat uppertje een uitspraakvariant is van wippertje. Volgens hem ging de borrelnaam terug op het werkwoord wippen, de beweging die men maakt als het glaasje naar de mond wordt gebracht. De Vlaamse etymoloog Vercoullie bracht het woord in 1925 in verband met het Bargoense uppie ‘halve cent’. Beide verklaringen zijn niet echt overtuigend. In Vlaanderen wordt de borrelnaam uppertje nog regelmatig gehoord, in de vorm upperken.

[Bilderdijk 1818:364; BM 1844:188; Eysden 83; Vercoullie 359; WNT XVII3 2579-2580]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal