Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

underdog - (die altijd verliest)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

underdog [die altijd verliest] {1966} < engels underdog [onderliggende hond], d.w.z. het dier, dat bij de strijd om de hegemonie in de roedel ten teken van onderwerping op de rug gaat liggen.

Dateringen of neologismen

F. Bakker, E. van Ruijsendaal, P. Uljé, D. van Zijderveld, Vindpunt.nl – elektronisch doorzoekbare Woordenlijst Overbodig Engels met Nederlandse tegenhangers, uitgebreide en verbeterde voortzetting van de boekuitgaven Funshoppen in het Nederlands (2009) en Op-en-Top Nederlands (2015)

underdog zn. Ontleend aan het Engels.
[alg.] = schlemiel, klappenvanger; onderligger, onderliggende partij. Charlie Chaplin speelde graag de schlemiel.
Links moest niet meer tevreden zijn met wat paternalistische kleine stappen ten gunste van de onderliggers in de samenleving.

[alg.] = bomvol, opeengepakt, overvol. Veel animo! Het was behoorlijk opeengepakt.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

underdog die altijd verliest 1951 [De Vooys] <Engels

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

underdog (Engels underdog)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal