Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

ultiem - (uiterst, laatst)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

ultiem bn. ‘uiterst, laatst’
Nnl. ultiem ‘uiterst, laatst’ in ultieme plaats ... laatste toevlucht [1913; NRC], de ultieme vergissing [1916; NRC], het ultieme bewijs van ... kwaliteit [1927; NRC], de ultieme redding voor “onzen tijd” [1936; Groene Amsterdammer].
Ontleend aan Frans ultime ‘uiterst’ [ca. 1475; TLF], eerder al ‘laatst’ [1223; TLF] dat teruggaat op Latijn ultimum ‘laatste, verste’, de neutrale vorm van de overtreffende trap van *ulter, *ulterus ‘voorbij, verder, aan de andere zijde’, zie → ultra-.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

ultiem [uiteindelijk] {1901-1925} < frans ultime < latijn ultimus [het verst verwijderd, uiterste, laatste, verste], overtreffende trap van uls = ultra [aan de andere kant, verder].

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

ultiem uiterst, laatst 1921 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut