Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

uitwendig - (aan de buitenkant)

Etymologische (standaard)werken

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

uitwendig bnw. Mutatis mutandis als inwendig.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

inwendig bijv., uit Hgd. id., uitbreiding met -ig van Mhd. innewende zooveel als naar binnen gekeerd; z. noodwendig.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

uitwendig b.nw.
1. Aan die buitekant. 2. Wat van buite kom.
Uit Ndl. uitwendig (Mnl. utewendich), 'n samestellende afleiding met -ig van uit en wenden 'wend, keer'. In Mnl. was die bet. veel uitgebreider en was dit o.a. 'n godsdienstige begrip met die bet. 'wêrelds', ook 'pragtig, skitterend'. Die vroeëre voorkoms in hoofsaaklik mistieke tekste dui op mntl. invloed van D. auswendig.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

uitwendig (Duits auswendig)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Uitwendig = naar buiten gewend; aan de buitenzijde.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

uitwendig ‘aan de buitenkant’ -> Deens udvendig ‘aan de buitenkant’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors utvendig ‘aan de buitenkant’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds utvändig ‘aan de buitenkant’ (uit Nederlands of Nederduits); Negerhollands ytwendig ‘aan de buitenkant’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut