Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

uitweiden - (breedvoerig spreken over)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

uitweiden ww. ‘breedvoerig spreken over’
Mnl. wtweyden ‘laten kaalgrazen’ [1494; MNW]; vnnl. uytweyden ‘buiten grazen, buiten de gewoonlijke plek grazen’ in sine koene ind perde uithweyden ‘zijn koeien en paarden naar buiten brengen om ze te laten grazen’ [1539; iWNT], Dat stats besten ... hebben uuijt gaen weijen ‘dat de stadsbeesten zijn gaan grazen buiten de stad’ [1573; iWNT], wat wiltweyich uytgeweydt ‘in het wilde weg afgedwaald’ [1616; iWNT], ‘breedvoerig verhalen of omschrijven’ in laat haar vryelik uitweyen, aan geen wetten verbonden zijn [1644; iWNT]; nnl. zij weidt lang en breed uit over haren lieven Neef [1807; iWNT].
Gevormd met → uit en weiden ‘in de wei grazen’ als afleiding van → wei. De ruimtelijke betekenis ‘grazen buiten de plek waar gewoonlijk gegraasd wordt’ ging overdrachtelijk via ‘meer vertellen, beschrijven e.d. dan wat noodzakelijk is of wat wordt verwacht’ over in de huidige betekenis.
Er wordt vaak een volksetymologisch verband gelegd met wijd, zo blijkt uit de veelvoorkomende foutieve spelling uitwijden.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

uitweiden* [in den brede behandelen] {uteweiden [afweiden] 1494, uitweiden [buiten de wei grazen] 1573; de huidige betekenis 1644} middelnederduits utweiden [buitensporig leven], geassocieerd met wijd.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

uitweiden ww. van ouder-nnl. ûteweiden ‘buiten de weide grazen’, mnd. ūtweiden ‘buitensporig leven’. Wegens de latere bet. ‘uitvoerig spreken over, wijdlopig zijn’ voelt men er verband met wijd in en schrijft zelfs vaak uitwijden.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

uitweiden ww., niet bij Kil. (: Gemma ûteweiden “depascere”). = mnd. ût-weiden “buitensporig leven”, letterlijk “buiten de gewone wei grazen”.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

uitweiden, wordt in latere tijd met wijd geassocieerd en daardoor in bet. beïnvloed, ook meermalen met ij gespeld. Vgl. weids[ch] Suppl. Royen TTL. 11, 106 vlg.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

uitweiden ono.w., van weide 1, dus buiten de palen weiden: vergel. het oudere wild weiden = wild rondloopen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

uitwei ww.
1. Breedvoerig, in besonderhede praat of skryf. 2. Van die hoofsaak afdwaal.
Uit Ndl. uitweiden (1644 in bet. 1, 1735 in bet. 2). 'n Verouderde bet. van Ndl. uitweiden (al Mnl.) was 'buite die weiveld wei', later van soldate gesê wat plunder en roof, waaruit 'buite perke gaan', waaruit bet. 1 en 2.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

uitwei: – uitweie – , breedvoerig/wydlopig gesels/praat; Ndl. uitweiden, (vroeër) “buite d. weiveld graas” (v. diere gesê); (later) “uitvoerig/omslagtig/wydlopig gesels/praat”, geen verb. m. wy nie; v. uitwaai, wei III.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Uitweiden, letterlijk van vee: uit of buiten de weide gaan, dus meer nemen, verder gaan dan mag of behoeft.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

uitweiden* in den brede behandelen 1644 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut