Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

uitspanning - (pleisterplaats) (NN)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

uitspanning zn. ‘pleisterplaats’ (NN)
Vnnl. alle herbergen daermen vuijtspanninghe hiel ‘alle herbergen waar men kon uitspannen’ [1553; iWNT], Een wtspanninge ‘herberg, logement’ [1573; Thes.].
Afleiding met → -ing van het werkwoord uitspannen, dat in het Vroegnieuwnederlands zowel ‘losmaken van de voor een wagen ingespannen paarden’ als ‘(zich) ontspannen, tot rust komen’ betekende, en is gevormd uit → uit en → spannen.
Oorspr. was een uitspanning dus een plaats waar het paard uitgespannen werd. Voor de BN-variant, zie → afspanning.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

2uitspan s.nw.
Uitspanning.
Verkorting van vroeë Afr. uijtspan plaats (1770).
Vanuit vroeë Afr. in S.A.Eng. (1801), ook in gedeeltelik vertaalde vorm in die samestelling outspanplace (1821).

uitspanning s.nw.
Geproklameerde plek waar die tuig of juk van diere afgehaal kan word en diere kan uitrus.
Uit Ndl. uitspanning (1573). Hoewel Mnl. utespanninge reeds voorkom, is die bet. daarvan onseker. Aanvanklik was die bet. hoofsaaklik 'herberg'.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

uitspanning ‘(verouderd) ontspanning’ -> Petjoh uitspanning ‘pauze, speelkwartier op school’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut