Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

uitspannen - (trekdieren uit het tuig losmaken; uitstrekken)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

1uitspan ww.
1. Oor 'n oppervlak uitsprei. 2. Die tuig of juk van diere afhaal. 3. Ontspan, ook aftree.
In bet. 1 en 2 uit Ndl. uitspannen (al Mnl.). In bet. 3 uit verouderde Ndl. uitspannen (1537).
Vanuit vroeë Afr. in S.A.Eng. (1819), ook in die gedeeltelik vertaalde vorm outspan (1801).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

uitspannen ‘trekdieren uit het tuig losmaken; uitstrekken’ -> Zuid-Afrikaans-Engels outspan ‘trekdieren uit het tuig losmaken’ ; Negerhollands span ut ‘uitstrekken’.

Hosted by Meertens Instituut