Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

uitsliepen - (bespotten)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

sliepen* [bespotten] {1657} nevenvorm van slijpen, namelijk met de ene wijsvinger over de andere wrijven.

uitsliepen* [bespotten door met de wijsvingers over elkaar te strijken] {1772} van uit + sliepen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

uitsliepen ww. is het zelfde als uitslijpen, maar met dial. ie.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

uitsliepen ww. Met dial. ie voor ij = uit-slijpen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

uitsliepen o.w., met dial. ie voor ij; cf. Fr. faire ratisse.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

uitsliepen* bespotten door met de wijsvingers over elkaar te strijken 1772 [WNT uits-]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

2073. Sliep uit!

Uitroep dien men gebruikt, wanneer men met den eenen wijsvinger over den anderen strijkend, iemand uitlacht. In de 18de eeuw riepen de kinderen, wanneer ze iemand uitjouwden sliep! sliep! (Tuinman I, 182). Vgl. fri. ûtslipe, ûtslipje; oostfri. ûtslîpen, durch Schleifen des einen Fingers über den andern hin Jemanden verhöhnen (Ten Doornk. Koolm. III, 491); Molema, 291: oetsliepen, waar aangehaald wordt A. Fokke, J.C. Wdb. 125: Net als de kinderen roepende: sliep uit! sliep uit! ik ben zoo ruig als jij! Molema, 547: oetsliepen; Gunnink, 228; Opprel, 74: oitsliepe; voor Noord-Brab. zie Onze Volkstaal II, 110; in Zuid-Nederland uitslippen (Antw. Idiot. 1299); uitslijpen (De Bo, 1221), syn. van uitvijlen; ook uitsliepen (Rutten, 244). In het hd. schabab! en Rübchenschaben; fr. faire ratisse à qqn.; ratisser des carottes à qqn; eng. to cut (or cock) snooks. Zie no. 2075.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut