Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

uitputtend - (compleet )

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

uitputtend ‘compleet’ (bet. van Duits erschöpfend)

S. Theissen (1978), Germanismen in het Nederlands, Hasselt

uitputtend

Enkele puristen signaleren sinds de jaren ’40 een germanistisch gebruik van uitputtend, bijv. in ‘een onderwerp uitputtend behandelen’ (D. ‘erschöpfend’, N. ‘afdoende, grondig’).

Het schijnt nog niet zeer gebruikelijk te zijn want slechts twee woordenboeken hebben het opgenomen: Van Dale beschouwt het als een germanisme; Koenen, die het tot voor kort daarmee eens was, aanvaardt het nu als goed Nederlands.

De infinitief uitputten in ‘een onderwerp uitputten’ (‘er alles van zeggen wat er van te zeggen valt’) wordt door iedereen goedgekeurd.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal