Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

uitgezonderd - (voorzetsel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

uitzonderen ww. ‘terzijde stellen, uitsluiten’
Mnl. uytsonderen ‘terzijde stellen, niet meerekenen’ in van enighen goede dat hi wtsondert ‘van enig bezit dat hij niet meerekent’ [15e eeuw; MNW], sonder enige condiciën, exceptiën of yet after te houden of uut te sonderen ‘zonder voorwaarden of uitvluchten en zonder iets achter te houden of af te zonderen’ [1470; MNW].
Gevormd met → uit bij het werkwoord mnl. sonderen ‘afscheiden, terzijde stellen’ zoals in Die goede sijn altoes gesondert, Vanden quaden ‘de goeden zijn altijd strikt gescheiden van de slechten’ [1300-50; MNW-R], se sig sonderde van haren gesinne ‘ze zonderde zich af ...’ [eind 14e eeuw; MNW]. Dit werkwoord is als simplex verouderd, maar leeft nog voort in (zich) afzonderen ‘(zich) afscheiden’ en het daarvan afgeleide → afzonderlijk. Het is afgeleid van het bijwoord mnl. sonder ‘apart, afgescheiden’, zie verder → zonder.
uitgezonderd vz. en vgw. ‘behalve’. Mnl. (vz.) in alle die Engelse ..., uutgesondert die biscop van Noirdwijck ‘alle Engelsen, behalve de bisschop van Norwich’ [1470; MNW]; vnnl. uytgesondert de pastorie ‘behalve de pastorie’ [1514; MNW]. Verl.deelw. van uitzonderen; als voegwoord en voorzetsel in gebruik gekomen naar het model van de oudere en in het Middelnederlands frequentere woorden uytghenomen, uytghescheiden.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

uitgezonderd* [met uitzondering van] {utegesondert, uutgesondert 1470} vertaling van frans excepté, verl. deelw. van excepter [uitzonderen], of direct van latijn exceptum, verl. deelw. van excipere [uitnemen, uitzonderen], van ex [uit] + capere (in samenstellingen -cipere) [nemen].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

uitgezonderd voorz., mnl. uutghesondert naast uutghenomen, uutghescêden, uutghestêken enz. navolgingen van fra. excepté of lat. exceptus, die de functie van voorzetsels aannemen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

uitgezonderd voorz. Reeds mnl. gaan uutghesondert, uutghenōmen, uutgheset, uutghescêden, uutgheseit, uutghestēken “uitgezonderd”, die oorspr. in navolging van lat. exceptus resp. fr. excepté als absolute deelww. gebruikt werden, voor het taalgevoel ín voorzetsels over.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

uitgezonderd. Bij de tot voorz. geworden mnl. deelww. adde: uutghedaen ‘id.’.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

uitgesonder voors.
Behalwe.
Uit Ndl. uitgezonderd (Mnl. utegesondert).
Mnl. utegesondert is 'n vertaling van Fr. excepté, die verlede dw. van excepter 'uitsonder', of direk uit Latyn exceptum, die verlede dw. van excipere 'uitneem, uitsonder'.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

uitgezonderd ‘met uitzondering van’ (bet. van Frans excepté of Latijn exceptus); (niemand --) (vert. van Frans n’excepté personne)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

uitgezonderd* voorzetsel 1470 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut