Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

uitbuiten - (zoveel mogelijk voordeel halen uit)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

uitbuiten ww. ‘zoveel mogelijk voordeel halen uit’
Nnl. De Belgen ... mochten dat land noch vijandig tegenoverstaan ... noch ... uitbuiten [1866; Navorscher 1897], door op schandelijke wijze zijne koloniën uit te buiten [1870; iWNT].
Gevormd met → uit in de betekenis ‘ontdoen van, leegmaken’ bij het zn.buit, als leenvertaling van Duits ausbeuten ‘uitbuiten’, oorspr. ‘buit maken’ [15e eeuw; Pfeifer], dat op dezelfde wijze is gevormd uit aus en Beute ‘buit’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

uitbuiten [volledig benutten] {1870} < hoogduits ausbeuten (vgl. buit).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

uitbuiten volledig benutten 1870 [WNT] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut