Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

ui - (ajuin, plant uit de lookfamilie (Allium cepa))

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

ui zn. ‘ajuin, plant uit de lookfamilie (Allium cepa)’
Mnl. Looc, uyen ... ende wortelen ‘look, ui en wortelen’ [eind 14e eeuw; MNW cabuus], Den rooc des uyens ‘de geur van de ui’ [1488; MNW]; vnnl. iuyn of oyen ‘ui’ [1515; iWNT], Ick heb ien uye mit jouw te schille [1646; iWNT]; nnl. uye ‘een ui’ [1727; iWNT].
De huidige vorm ui, uit vnnl. uye, is oorspr. een Hollandse en Utrechtse dialectvorm, die is ontstaan door herinterpretatie van mnl. uyen als meervoudsvorm. Deze vorm uyen, oorspr. dus een enkelvoud, maar vaak als collectivum gebruikt, bestaat nog in het West-Fries als uien ‘ui’. Hij moet ontstaan zijn als nevenvorm met beginklemtoon van het Romaanse leenwoord dat in het overgrote deel van de Brabantse, Zeeuwse en Vlaamse dialecten als juin, juun, ajuin e.d. is overgeleverd, zie → ajuin.
De herkomst van Latijn ūniō (genitief ūniōnis) waarop ajuin uiteindelijk teruggaat, is onzeker. Het is een gewestelijke benaming voor wat in het klassiek Latijn gewoonlijn cēpa wordt genoemd. Het woord zou afgeleid kunnen zijn van ūnus ‘een’ (verwant met → een), omdat de ui werd gekenmerkt (ten opzichte van de verwante (knof)look) door zijn enkelvoudige bol; deze etymologie wordt reeds gepresenteerd in de oudste Latijnse attestatie, in het landbouwkundige werk De Re Rustica van Columella (4-70 na Chr.), maar het verband kan ook pas in tweede instantie zijn gelegd en dus pseudo-etymologisch zijn. Ook zou de ūniō, vanwege zijn vorm, metaforisch gebruik kunnen zijn van het oudere ūniō ‘grote parel’, een woord dat met meer zekerheid van ūnus wordt afgeleid en dus als ‘unicum, enige in zijn soort’ is te interpreteren.
Lit.: Frings 1966, 98

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

ui [bolgewas] {uyen 1488, ouder uniun 1226-1250} de vorm uyen werd voor een mv. aangezien, waarbij een nieuw enk. ui werd gevormd < latijn unionem, 4e nv. van unio [ui] (vgl. ajuin), dat men afleidt van unio [parel] vanwege de gelijkenis van een snoer geregen uien met een parelsnoer. De betekenis ui [grap] {1847} is te verklaren door de scherpe geur, vgl. gepeperd, gekruid.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

ui znw. m., vooral in frank. dial., mnl. zelden uyen, uyens (éénmaal ook ugen en uden). Het woord staat naast ajuin en gaat ook op lat. unio terug. De vorm ui is opmerkelijk. Gaat men uit van lat. akk. unionem, dan kan men daaruit verwachten een vorm ǝnjuun; deze verbreidde zich vooral in nwnl. en kon door accentverspringing *ujǝn worden; dan door verlies van uitgang (zoals raven > raaf), ook wel onder invloed van een daarin gevoeld mv. ontstond ui (K. Heeroma NT 52, 1959, 18-9).

De bet. ‘grap’ is te verklaren uit de scherpe geur van de ui (vgl. uitdrukkingen als gekruid, gepeperd en daartegenover zouteloos, flauw. De verklaring van W. de Vries Ts 32, 1913, 317 ‘omdat men tranen stort van het lachen’ is te ver gezocht, die van de Bont Ts 50, 1931, 222 als ‘waaraan een luchtje zit’ eveneens. — Een taalkaart van de woorden voor de ‘ui’ geeft S. Hoevers, Taalatlas afl. 7, 1; daaruit blijkt dat siepel gebruikt wordt in Friesland, Groningen, Drente, Overijsel en de Achterhoek, terwijl look voorkomt in Limburg en op de Veluwe. — Zie verder nog K. Heeroma ZfdMundartf. 15, 1939, 77 en P. d’Haene TTv 2, 1950, 10-16 met kaart voor het zuidnl.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

ui znw., niet bij Kil. (mnl. eens uyens gen., eens ûgen, en ûden wsch. “uien”). Vooral in frank. diall.; elders siepel, look. Bijvorm van ajuin; maar de verklaring levert moeilijkheden op. Misschien bij een als mv. gevoeld (j)uun, (j)uin als singularis gevormd. Ui “grap” is hetzelfde woord; vgl. mop I, bak enz. = “grap”.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

ui. Mnl. ook éénmaal uyen (of looc). — De overdr. bet. ‘grap’ is te verklaren uit de doordringende (geur en) smaak: vgl. gekruid, gepeperd, lat. sal ‘zout, geestigheid’, flauw ‘niet geestig’ enz. Te gezocht W.de Vries Tschr. 32, 317: ‘iets waarbij men tranen stort van het lachen’; te ergdenkend De Bont ald. 50, 222: ‘verhaaltje waar een luchtje aan is’ (vgl. mop Suppl.).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

ui m. (ajuin), gevormd als enkelv. uit uien, dat het 2e deel is van aj-uin.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

un (zn.) ui; Middelnederlands uye <1488> < Latien unio.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

ui s.nw.
Eetbare knolplant met 'n skerp reuk.
Uit Ndl. ui (Mnl. uyen). Die Mnl. vorm uyen is later as mv. aangevoel en 'n nuwe ekv. ui is daaruit geabstraheer. Mnl. uyen het óf ontstaan uit ajuin 'ui' óf is regstreeks ontleen aan Latyn unio.
Eng. onion.
Vgl. uintjie.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

ui: dim. ui(e)tjie, pln. (Allium cepa, fam. Liliaceae); Ndl. ui (Mnl. uyen/uyens, wsk. as mv. opgevat en daaruit nuwe ekv. geabstr., vgl. Ndl. schoen, v. Afr. skoen), ondanks besware wel doeb. v. ajuin (Mnl. o.a. ook onioen), of vroeg uit ’n Rom. taal of later meer bep. uit Fr. oignon, hou verb. m. Eng. onion en Lat. unio (gen. unionis), v. ook uintjie en vgl. dVri J NEW.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

ui (Latijn unionem, 4de nv.)

E. Sanders (1997), Borrelwoordenboek: 750 volksnamen voor onze glazen boterham, Den Haag

uitje Alleen aangetroffen in een woordenlijst uit 1985. Uitje wordt hier samen met hassebassie, keiltje en recht op en neer genoemd als een typisch Amsterdamse borrelnaam. Voor de laatste drie is dat zeker onjuist, dus te vrezen valt dat de samensteller van de lijst niet al te goed was geïnformeerd. Een nadere toelichting ontbreekt. Waarschijnlijk hebben de sterke geur en de prikkelende werking van de ui bij de naamgeving een rol gespeeld.

[Boezeman 6]

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

ui, uitje ‘bolgewas’ -> Vastelands-Noord-Fries ui ‘bolgewas’; Duits dialect Öje ‘bolgewas’; Zuid-Afrikaans-Engels uintjie ‘bolgewas’ ; Noord-Sotho eie ‘bolgewas’ ; Tswana êiê ‘bolgewas’ ; Zuid-Sotho eie ‘bolgewas’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

ui bolgewas 1488 [MNW] <Latijn

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

2303. Eene ui tappen,

d.w.z. eene aardigheid ten beste geven, waarom men lachen moet; ‘een juin slaan’, zooals in de studententaal gezegd wordt (Woordenschat, 520 b); zie Harrebomée II, 350. Ook een ui met iemand hebben, iemand beetnemen (Nw. Amsterdammer, 20 Maart 1915 p. 9 k. 1). Hoogstwaarschijnlijk wordt deze naam aan eene aardigheid gegeven, omdat ook eene ui het oog doet tranen en dus dezelfde uitwerking heeft als een grapWellicht mag vergeleken worden het mnl. ic soude node stooten een looc (ik zou niet graag iemand aan het schreien maken?); Mnl. Wdb. IV, 765.. Vgl. hd. ulken (ook anulken, verulken) naast ulkig (grappig), ulk (grap), dat in het nederrijnsch eene ui beteekent (Genthe, 65; Kluge7, 470) en ook door Kiliaen, 660 in dien zin wordt vermeld. Voor eene andere beteekenis van ‘ui’ zie no. 181.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut