Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

u - (voornaamwoord)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

u vnw. 2e pers. ev. en mv.
Onl. iu (accusatief) ‘jullie’ in reslāt alla iu ‘jullie doden jullie(zelf) allemaal’, Genitherit iu ‘vernedert je’ [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. u (wederkerend, datief, accusatief) ‘jullie, je, u’ in wan laet di helpen u dar af ‘waarom laat jij je daar niet vanaf helpen?’ [1220-40; VMNW], so sal v groet verdriet dar af comen ‘dan overkomt u daardoor groot verdriet’ [1260-80; VMNW ghi], Got motu ... geleiden ‘moge God u geleiden’ [beide 1265-70; VMNW openbaren]; vnnl. u ‘jij, u’ (misschien in de nominatief) in U eist dien ic meane ... u es hier pronomen, dats ean woord eanighen persoan of naam beteakenende ‘jij bent het die ik bedoel; u is hier een voornaamwoord, oftewel een woord dat een persoon of naam aanduidt’ [1550; Lambrecht], (zeker in de nominatief) in dat sult v alles verstaen ‘dat moet u allemaal begrijpen’ [1599; Paardekooper 1996], want u sult hoope ick een wijf hebben ‘je zal hopelijk een vrouw hebben’ [1624; iWNT].
U is de klankwettige Middelnederlandse vorm van de accusatief en datief van het persoonlijk voornaamwoord in de 2e persoon meervoud, die in het westelijk Middelnederlands leidde tot ju, jou, zie verder → jou. De nominatief luidde ghi, zie → gij. Deze koppeling tussen onderwerpsvorm gij en niet-onderwerpsvorm u bleef lange tijd onveranderd, ook toen gij sterke functieverschuivingen onderging. Opvallend is dan ook vooral de jongere ontwikkeling in het Noord-Nederlandse taalgebied: gij had zich daar in het Vroegnieuwnederlands beperkt tot beleefde aanspreekvorm (nominatief) in de 2e persoon, maar werd in de periode daarna geheel verdrongen door u. Omdat beleefdheidsvormen sterk worden bepaald door prescriptieve en dus conservatieve regels, is moeilijk te reconstrueren hoe en wanneer deze ontwikkeling precies heeft plaatsgevonden.
In de 17e eeuw kwam in briefstijl de aanspreekvorm Uwe Edelheit voor, dus met het bezittelijke voornaamwoord → uw; dit werd veelal afgekort tot Uwe Edt, Uw(e) Ed., U Ed. en vervolgens ook U E.. Deze laatste twee vormen zijn nog tot ver in de 19e eeuw in zwang gebleven. Algemeen wordt aangenomen (o.a. FvW, NEW, Schönfeld, Toll., EDale) dat het de uitspraak /u(w)ee/ van U E. is geweest, die na klemtoonverspringing en afslijting van de auslaut heeft geleid tot u; daarbij zou het bestaan van de accusatief u slechts een versterkende rol hebben gespeeld. Het is echter onzeker of deze ontwikkeling al in de 17e eeuw voltooid was. Volgens een alternatieve verklaring is u als onderwerpsvorm te beschouwen als uitbreiding van de niet-onderwerpsvorm u (Paardekooper 1966 en 1996 en in zekere mate WNT). Dezelfde functie-uitbreiding is opgetreden bij verschillende andere persoonlijke voornaamwoorden in diverse Nederlandse dialecten en andere Noordwest-Europese talen en dialecten (Vor der Hake 1911); het bekendste voorbeeld is Engels you ‘jij, jullie’, dat oorspr. de niet-onderwerpsvorm was bij onderwerpsvorm ye.
De observatie dat u-onderwerp kan combineren met een persoonsvorm in de derde persoon enkelvoud en met een reflexief voornaamwoord van de derde persoon enkelvoud wordt vaak als argument genoemd voor de eerste theorie. De eerste attestaties van u als onderwerp combineren echter met uitgangen van de tweede persoon. Deze eerste attestaties zijn alleen te vinden in handgeschreven teksten. Pas als u als onderwerp in de gedrukte schrijftaal verschijnt (drie eeuwen later, in de 19e eeuw), zien we dat u kan combineren met de derde persoon enkelvoud (Paardekooper 1996). Het is mogelijk dat u-onderwerp een beleefde connotatie gekregen heeft door de formele gelijkenis met U.E. en dat deze gelijkenis het combineren met de derde persoon enkelvoud mogelijk heeft gemaakt (Aalberse 2009). Merk op dat de voorkeur voor tweede of derde persoonsuitgang verschilt per type werkwoord. Modale werkwoorden dragen evenals het werkwoord zijn een voorkeur voor de tweede persoon, d.w.z. liever u kunt dan u kan, liever u zult dan u zal en liever u bent dan u is; het werkwoord hebben kan makkelijker met de derde persoon combineren.
Lit.: J. Lambrecht (1550), Nederlandsche spellijnghe, Antwerpen (herdruk 1882, Gent); J.A. Vor der Hake (1911), ‘Is de beleefdheidsvorm U 'n verbastering van UEd.?’, in: NTg 5, 16-24; A. Sassen (1983) “De oudste vindplaats van ‘u’”, in: TNTL 99, 165-167; J.J. Mak (1967) ‘De oorsprong van het persoonlijk voornaamwoord u’, in: NTg 60, 132-133; P.C. Paardekooper (1996), ‘U (ond.) ook voor 1600’, in: Taal en tongval 48, 70-71; Van der Sijs 2004, 473-477; Aalberse 2009, 58-61

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

u* [beleefdheidsvorm van de tweede persoon] {1573} is ontstaan uit Uwe Edelheid, schriftelijk afgekort tot U.Ed., tot U.E.. Dit leidde tot het lezen van Uwé, dat tot Úwe werd, onder invloed van de 2e nv. Uwen. Hierbij speelde een rol het bestaan van u {1350} dat gebruikt werd als 4e nv. van gij.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

u

Tot hen met wie wij vertrouwelijk omgaan, zeggen wij: jij; de beleefdheidsvorm is: u. Het vreemde is dat men steeds in onzekerheid verkeert of het werkwoord dat op u volgt, in de tweede dan wel in de derde persoon moet worden gebruikt. Moet men zeggen: u hebt of: u heeft, u zult of u zal? Deze onzekerheid is heel verklaarbaar. Vroeger luidde het persoonlijk voornaamwoord van de tweede persoon enkelvoud: du. Dit woord leefde nog in de zeventiende eeuw, maar is door hen die de Bijbel in het Nederlands vertaalden, officieel afgeschaft. Het deftige gij vond geen ingang en toen is uit de in kanselarijtaal gebruikelijke vorm Uwe Edelheid (U Edele) een nieuw voornaamwoord gevormd. In Huygens’ gedicht Voorhout komt de vorm U.E. voor, thans hoort men nog wel eens: uwe en uwee. In het verhaal Een onaangenaam mensch in de Haarlemmerhout spreekt een kindermeisje als zij haar omgeving een goed denkbeeld wil geven van haar opvoeding, de aan haar zorgen toevertrouwde kinderen ‘met het plechtige uwé toe’. ‘Foei Franswatje, wat maakt uwé uwees handjes vuil.’ Maar bij Uwe Edelheid hoort de derde persoon. U duidt de tweede persoon aan. Dat is de oorzaak der verwarring.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

u beleefdheidsvorm voor pers. vnw. 2de pers., schijnt uitgegaan te zijn van de verkorting uwé van Uw Edelheid, die met accentverspringing overging tot úwe. Daarbij zal wel van invloed zijn geweest de objectvorm u < westgerm. iu, vgl. akk. oe. eow en dat. ohd. iu, ofri. jo, ju, os. eu, iu, giu. — De verkorting Uwé is ontstaan uit de schrijfwijze UE, die van de 17de eeuw af in gebruik was. Deze herkomst verklaart ook, dat het pronomen verbonden kan worden met de 3de persoon van het ww. en reflexief met zich (u vergist zich). — Vgl. J. W. Muller NT 20, 1926, 170; Kern NT 21, 1927, 18 en de literatuur bij Schönfeld, Hist. Gramm. bij § 95.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

u. Zie uw. De beleefdheidsvorm u wordt gew. als een verkorting van Uw Edele e.dgl. beschouwd, maar ook wel (minder wsch.) met den accus. geïdentificeerd (vgl. eng. you, dat dezelfde syntactische functie heeft als we en us samen).

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

u. De ontwikkeling van de beleefdheidsvorm zal vermoedelijk geweest zijn: uwé (verkorting van Uw Edelheid e.d.) > úwe (de accentverschuiving is wellicht bevorderd door de ook als nominatief gebruikte genitiefvorm úwes < uwés) > u, waarbij invloed van de objectsvorm u bij gij heeft meegewerkt. Muller N.T. 20, 170; Kern N.T. 21, 18; Kloeke Deftige en gemeenz.taal 5.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

u voornw., Mnl. u, Onfra., Os. iu + Ohd. id. (Mhd. id., Nhd. eu-ch), Ags. éow (Eng. you), Ofri. iu: Ug. *iwwi, iuwi; daarnevens On. yđr, Go, izwis: Ug. *i-swi- + Skr. yu-yam, yu-sman, Gr. humeĩs (uit * i̯u-sme); niet verwant zijn Skr. vas, Lat. vos, Osl. vy. — Als nomin. is het, over Uwé, verkort uit Uwe Edelheid.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

uuch (pers. vnw.) 1. u, jullie 2. elkaar; Sermoen euver de Weurd (18e eeuw) uch, ugh < Duits euch.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

2u vnw.
Persoonlike vnw., ekv. en mv., gebruik as beleefde aanspreekvorm.
Uit Ndl. u (1573). Ndl. u het ontwikkel uit UE., die afkorting van Uwe Edelheid. Tot in die 18de eeu is betreklik min vorme van u opgeteken wat toegeskryf word aan die krag van die konvensies waaraan die skryftaal onderworpe was. Spreektaalvorme, veral pronominale vorme, het eers later tot die skryftaal deurgedring (WNT).
Vgl. uwe.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

u: beleefde aansprv. v. d. pers. vnw., ekv. en mv., as ondwv. en as voorwv., ook as bes. vnw.; Ndl. u (as ondwv. sedert eerste helfte v. d. 17e eeu in d. Holl. AB), as bes. vnw. uw; ontst. uit Uedele, afk. U Ed., uit Uwe Edelheid, skryfwyse uwe (eers m. klem uwé, later uwe), hou verb. m. Os. eu/(g)iu, Ohd. iu, Oeng. eow, v. dVri J NEW en Scho TO 64-8 en 74-81.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

u ‘persoonlijk voornaamwoord’ -> Indonesisch † u ‘beleefde aanspreekvorm van niet-Indonesiërs’; Ambons-Maleis † u ‘persoonlijk voornaamwoord’; Chinees-Maleis u ‘persoonlijk voornaamwoord’.

N. van der Sijs (2006), Klein uitleenwoordenboek, Den Haag

Volgens de woordenboeken zijn in het verleden in het Indonesisch ook enkele Nederlandse voornaamwoorden overgenomen, maar in het dagelijkse taalgebruik is daarvan niets meer te merken. Zo bevatten de moderne Indonesische woordenboeken het voornaamwoord ik, ikke als ingang, van het Nederlandse ik, en in oudere woordenboeken was ook wéi te vinden voor het Nederlandse wij - misschien vooral gebruikt voor het zogenoemde koninklijke meervoud of majesteitsmeervoud, waarmee een vorst of hoogwaardigheidsbekleder over zichzelf spreekt: 'Wij Willem, bij de gratie Gods.' Inmiddels is het woord wéi uit de Indonesische woordenboeken verdwenen.

Datzelfde lot heeft u ondergaan, ooit incidenteel gebruikt als beleefde aanspreekvorm in het Indonesisch. Met u werden vooral niet-Indonesiërs aangesproken, terwijl Indonesiërs of zich aanpassende vreemdelingen aangesproken werden met inheemse voornaamwoorden of aanspreektitels. Vanaf ongeveer 1945 werd u vervangen door het Engelse you, bijvoorbeeld berapa you mau bayar? 'hoeveel wil je / wilt u ervoor betalen?' Maar you wordt steeds minder vaak gebruikt, omdat men het waarschijnlijk te grof vindt. Van bovenaf werd na 1945 het gebruik van het woord anda (uit het Sanskriet) opgelegd. Aanvankelijk werd dit alleen in formele schrijftaal en formele toespraken gebruikt, bijvoorbeeld door Soekarno, maar al snel kwam het ook voor in advertenties en dergelijke. Het woord breidt zich tevens uit in de formele spreektaal, maar - zoals bij alle persoonlijke voornaamwoorden - is het gebruik van verwantschapsnamen of functienamen gewoner (zie oom).

De onderwijzer in Indië Prick van Wely vermeldde in 1906 dat u in het Ambonees werd gebruikt: 'Met dit persoonlijk voornaamwoord spreken de zogenaamde "mĕnēr-mĕnēr" elkaar aan, doch gebruiken het in alle naamvallen. Bijv. begimana u boleh bilang ['hoe wilt u zeggen...'], beta sēn kasi akan par u ['ik ga [dit] niet aan u geven'].' In de recente lijst van Nederlandse leenwoorden in het Ambonees van Don van Minde komt het woord niet meer voor; het wordt alleen nog wel eens door oude mensen gebruikt.

U komt nog wél voor in een andere taal, namelijk het Afrikaans. Het Afrikaans, dat een dochtertaal van het Nederlands is, gaat terug op het zeventiende-eeuwse Hollands. Een deel van de Afrikaanse woordenschat is dan ook meegebracht door de eerste Nederlanders, die zich vanaf 1652 in Zuid-Afrika vestigden. Maar dat geldt niet voor het voornaamwoord u. Dit is namelijk pas later in het Nederlands in gebruik gekomen: het voornaamwoord u is voor het eerst in 1599 opgetekend, en het kwam in de zeventiende eeuw slechts zelden voor. Het is waarschijnlijk ontstaan uit de beleefde aanspreekvorm Uw Edelheid of UEdele, die tot UE en Uwé werd verkort en vervolgens als Uwe, met de klemtoon op de u, werd uitgesproken, waarna uwe werd verkort tot u. Pas in de loop van de negentiende eeuw werd u algemeen als beleefde aanspreekvorm gebruikt - lang nadat het Afrikaans was ontstaan. Dat betekent dat het voornaamwoord u in het Afrikaans niet meegenomen is door de eerste Nederlanders, maar in een latere periode, in de negentiende eeuw, door het Afrikaans uit het Nederlands is geleend. Dat het een vreemde eend in de Afrikaanse bijt is, blijkt ook uit het feit dat de beleefde aanspreekvorm u in het Afrikaans maar zelden wordt gebruikt. Men geeft de voorkeur aan een omschrijving, zoals ken oom hierdie plek?, wat ongeveer betekent '(meneer,) kent u deze plaats?' (zie oom).

Tot slot wijst de neerlandicus Jan de Vries op het interessante feit dat het Indonesische voornaamwoord meréka 'zij', waarmee men in het verleden alleen naar mensen verwees, onder invloed van het Nederlandse voornaamwoord zij, ze in de twintigste eeuw een functie-uitbreiding heeft gekregen: tegenwoordig verwijst men er ook mee naar zaken. Dat komt doordat tweetalige Indonesiërs, die in het Nederlands met het voornaamwoord zij, ze zowel naar personen als naar zaken verwezen, die mogelijkheid overnamen als ze in het Indonesisch het voornaamwoord meréka gebruikten.

Het overnemen van voornaamwoorden wijst op zeer nauw taalcontact en op een omvangrijke groep tweetalige sprekers. Wanneer het taalcontact minder wordt, kunnen de geleende voornaamwoorden ook weer uit de taal verdwijnen, zo bewijst de ontwikkeling in het Indonesisch.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

u* persoonlijk voornaamwoord 1550 [WNT Bijv.+verb.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut