Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

tulband - (hoofddeksel; soort gebak)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

tulband zn. ‘hoofddeksel; soort gebak’
Vnnl. tulbant ‘oosters hoofddeksel’, mv. tulbanten [1601; WNT], maar volksetymologisch o.i.v. band meestal tulbanden in hooft vercieringen, hoeden, tulbanden, en hulselen [1604; WNT]; nnl. ‘soort gebak in de vorm van een tulband’ in Tulband; maakt hier toe een beslag ... met wat geraspte citroenschil 'er in, en bakt het in een vorm die de gedaante van een tulband heeft [1769; WNT].
Ontleend aan Oudturks tülbend (Nieuwturks türban) ‘tot een hoofddeksel ineengevouwen omslagdoek’, ontleend aan Perzisch dul(i)band ‘lendeband’, gevormd met een Hindoestaans voorv. dul bij band ‘band, snoer’.
De nevenvorm turbant [1588; Kil.] is via Frans turban, eerder al tolliban [15e eeuw; Rey] en tourbelon [1350; Rey] ontleend aan het Turks.
Zie ook → tulp.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

tulband [hoofddeksel] {1601, naast turban 1580} < turks tulbend < perzisch dūlband, dolband (vgl. tulp).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

tulband znw. m. < ouder-fra. tulban < turks tülbend < perz. dulbänd ‘tulband’ (eig. ‘hartbetoverend’). — In het roemeens ontstond de vorm turban, waaruit zijn afgeleid fra. turban (> Kiliaen turbant), nhd. ne. turban. — Zie ook: tulp.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

tulband znw. Kil. turbant. Internationaal woord, op turksch tulbend, dulbend, perz. dulband teruggaand. De vorm met r (door dissimilatie) is zeer verbreid. Ouder-fr. ook tulban. Tulband “een gebak” = tulband “een hoofddeksel”. Evenzoo is de bloemnaam tulp, Kil. tulipa, nhd. tulpe v., it. tulipa, fr. tulipe, eng. tulip ’t zelfde woord. De bloem, in de 16. eeuw in Europa geïmporteerd, is daar naar zijn vorm “tulband” genoemd. Een langere, dichter bij ’t grondwoord staande vorm is it. tulipano > ouder-nhd. tulipan(e) v. > de. tulipan. Kil. kent ook tulpe “tulband”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

tulband m., gelijk Fr. turban, uit Turk. tulbend, Perz. dulband.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

tulband s.nw.
1. Hoofbedekking van die Moesliemvolke. 2. Tipe gebak.
Uit Ndl. tulband (1601 in bet. 1, 1769 in bet. 2). In vroeëre Ndl. geskrifte kom vorme met l en r naas mekaar voor. Die oudste vorm is met r, nl. turban (1588). Ander ou vorme is tulleband (1620) en tulibant (1635). In Ndl. het die l-vorme later oorheers, in teenstelling met die omringende tale waar l en r ook albei aangetref is, maar die r-vorme later die oorhand gekry het. Die gebak word so genoem omdat die vorm daarvan aan dié van 'n tulband (tulband 1) herinner.
Direkte ontlening van Ndl. tulband aan Turks tulbend is mntl., hoewel tussenkoms van een van die omringende tale waarskynliker is. Toe Fr. invloed later groot was, veral ook as modetaal, is hernieude ontlening aan Fr. turban, veral in Vlaams-België, wsk.
D. Turban, Eng. turban.
Vgl. tulp.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

tulband I: hoofdeksel om d. kop gedraai; Ndl. tulband (by Kil turbant, ook tulpe), Hd., Eng. en Fr. turban, It. turbante, Port. en Sp. torbante, uit Tur. tulbend/dulbend, Pers. dulbänd (uit dil, “hart” en bänd, “bind”), eint. “hartverrukkend” – ook toeg. op ’n soort koek wat deur sy vorm aan ’n tulband laat dink, v. verder tulp.

tulband II: blom- en pln. (vlgs. Pet A 518 Lilium martagon, fam. Liliaceae, in Eng. bek. as Turk’s Cap), ben. n.a.v. vorm v. blom.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

tulband (Turks tülbent)

R. Dozy (1867), Oosterlingen, verklarende lijst der Nederlandschen woorden die uit het Arabisch, Hebreeuwsch, Chaldeeuwsch, Perzisch en Turksch afkomstig zijn, 's-Gravenhage

Tulband, tulp
Het eerste woord is het Perz. dulband (دلبند) of dôlband (دولبند). Kiliaan geeft het onder twee vormen, namelijk als turbant (p. 688 en 864) en als tulpe (p. 687). Als de naam der bloem kennen hij en Dodonaeus nog alleen tulipa; in ’t Ital. heet zij tulipano, en ’t is hetzelfde woord als tulband: de Europeanen hebben haar zoo genoemd, omdat zij, zooals ook Dodonaeus zegt (Cruydt-Boeck, p. 388 b), als zij zeer wijd openstaat, eenigszins op een tulband gelijkt. De Perzen en Turken noemen ze lâleh.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

tulband ‘soort gebak in tulbandvorm’ -> Indonesisch tulban ‘soort gebak in tulbandvorm’; Gimán tolbán ‘soort gebak in tulbandvorm’; Madoerees dulban ‘soort koek van tarwemeel’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

tulband hoofddeksel 1601 [WNT] <Turks

tulband soort gebak 1769 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut