Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

tukker - (vogelsoort; Twentenaar)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

tukker* [bijnaam voor Twentenaar] {1901-1925} vermoedelijk hetzelfde woord als tukker [kneu], een klanknabootsende naam; vgl. voor de betekenis heikneuter.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

tukker kneu, distelvink (Achterhoek, Overijssel). Onomatopoëtisch oorspr. is wschl. in de bet. ‘distelvink’.
TT XXIII 115-116, TNZN VI 7.

Thematische woordenboeken

K.J. Eigenhuis (2004), Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen, Amsterdam

Tukker Volksnaam voor de Kneu ↑ en voor de Putter ↑ in Twente en in de Achterhoek [kaartje in Schaars 1989, p.390]. Een verklaring voor de naam zou gemakkelijk te geven zijn door hem op te vatten als een klankwoord (gelijk ook Kneu Lintwhite (linetwige; line ‘Vlas’, twige ‘plukker’) [E Lintwhite ?>E Twite (= Frater)] en E Thistle Tweaker zijn volksnamen voor resp. Kneu (E Linnet) en Putter. Hierin zou het tweede element in betekenis met ‘tukker’ kunnen overeenkomen. Naar de vorm van de woorden is er misschien een verre verwantschap. [Twige en tweaker zijn verwant met E to twitch (‘rukken, trekken’; ook: ‘een bijzondere vogelsoort scoren’) en D zwicken ‘knijpen’; N tukken is verwant met D zucken, zücken ‘een plotselinge beweging maken’; Wüst 1970 vermeldt de D volksnaam Tuckert voor de Kneu.] Nagenoeg hetzelfde benoemingsmotief, maar waarbij een ander woord werd gebruikt, vinden we bij Frijter ↑.
De bijnaam Tukker voor de Twentenaar verwijst vermoedelijk naar de vogel [vDE 1993; vD 1995] op grond van het pastorale (landelijke) aspect aan beide. Ook ‘heikneuter’ (achterhoeks Heedtukker, Hiedtukker en Heedknutter) heeft zo’n dubbele functie (= 1. vogel én 2. ‘op de hei levend’ k(n)euterboertje! – hierin heeft keuter (<kot) een andere etymologie).
In Twente wordt met Tukker(d) ook wel de (verwante) Groenling aangeduid, evenals elders met de samengestelde namen Lultukker, Groadtukker, Greuntukker en Grovn Tukker [B&TS 1995 p.250].

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut