Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

tsaar - (Slavische vorstentitel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

tsaar zn. ‘Slavische vorstentitel’
Vnnl. zaar, czaar, in sijne Zaare Maj. ‘zijne Majesteit de Tsaar’ [1651; WNT audiëntie], als bn. Der Zaersche Majesteit [1653; WNT], Sijn Doorluchtige Czaarsche Majesteyts Schip ‘het schip van Zijne doorluchtige Majesteit de Tsaar’ [1669; WNT], zaar ‘hoogste vorstentitel van de historische heersers van Bulgarije, Servië en Rusland’ in den Soon van onsen Grooten Heer Zaar ... onsen Zaarrewitz [1672; WNT tsarevitsj], Geheel Ruslandt ... staat onder een Monarch, of Zaer [1676; WNT]; nnl. in met de czar gesproken hebbende [1700; iWNT zweven], Czaar Peters oorlogsdaân [1717; WNT], het Paleis van den zar [1834; WNT], Toen ter heiliger viktorie Onze Tsaar het volkenbond Voerde [ca. 1833; WNT volk].
Ontleend aan Russisch car' ‘hoogste vorstentitel’, via Oudkerkslavisch cěsarĭ ‘hoogste vorst’ ontleend aan Latijn caesar ‘keizer’, zie → keizer.
In het Russisch is de titel in eerste instantie gebruikt voor de heersers van het Byzantijnse Rijk, vanaf 1240 voor de heersers van de Gouden Horde (het westelijk deel van het Mongoolse Rijk) die in 1480 zijn verdreven. In 1547 neemt Ivan III als eerste Russische vorst de titel tsaar aan. In 1721 vervangt Peter de Grote de titel door Imperator, maar in de westerse talen wordt de titel nog tot 1917 gebruikt voor de Russische hoogste vorsten. De vrouw van de Russische tsaar wordt in het Nederlands tsarina genoemd, terwijl zij in het Russisch caríca heet.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

tsaar [Slavische vorst] {1676} < russisch car', samengetrokken uit oudrussisch cěsarĭ, via gotisch Kaisar ontleend aan latijn Caesar (vgl. keizer).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

czaar m., uit Russ. tsar’, Osl. tsĭsar, van Germ. keizer.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

tsaar s.nw.
Russiese keiser.
Uit Ndl. tsaar (1676 in die vorm zaer).
Ndl. tsaar uit Russies car', 'n sametrekking van Oudrussies cesari 'keiser', met lg. uit Goties Kaisar uit Latyn Caesar.
D. Zar, Eng. czar, Fr. czar, tsar.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

tsaar (Russisch car’)

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Czaar of Tsaar was de titel van den Keizer aller Russen. Het woord is afgeleid van Caesar (ons “keizer”), die de eerste keizer van Rome werd. Bij de Germanen was deze Caesar de keizer, die hen onderwierp; bij de Rom. was de titel Imperator. Zoo hebben de Hongaren voor koning een woord dat op Carolus gelijkt, naar Karel den Grooten, die hen tuchtigde. De keizerin heette Czarina, de troonopvolger Czarewitsj (letterlijk: zoon van den Czaar).

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Czaar (Russ. tsjar) van Caesar, dat bij ons keizer werd. Bij de Germanen gold de bijnaam Caesar, dien de opvolgers van Julius Caesar aannamen, als titel (keizerstitel), hoewel deze feitelijk: imperator = gebieder luidde (vgl. ’t Fr. empereur). De Germanen knoopten dezen titel aan den hun zoo bekenden veldheer, den veroveraar van Gallië, vast, evenals de Slaven voor „koning” den naam gebruikten van Karel den Grooten, die hen overwon (n.1. Oudslavisch: kralji, Russisch: koroli en Litausch: karalius).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

tsaar Slavische vorst 1676 [WNT] <Russisch

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut