Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

trot - (brijige massa)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

trot2* [brijige massa] {1870} verwant met trut, troet.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

trot 2, tort, bn. in trot zijn: blut, alles verloren hebbend (spel). Klankexpressief woord, zoals ook Ovl. trot, trut ‘slappe brij, moes, slijk, onzin’ en Wvl. prut, Ndl. preut. Tort door metathesis.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

trot 2 (G, W), trut (B, W, ZO), zn. m.: slappe brij, moes (G, W, ZO), slijk (ZO), onzin (B). Appeltrot (G), appeltrut (B) 'appelmoes', dikke trut 'flauwe kul' (B), dunne trot (G). Klankexpressief woord, zoals Wvl. prut, Ndl. preut.

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

trot vruchtenmoes (Zuid-Nederland). Onomatopoëtisch.
WNT XVII 3358.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut