Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

triangel - (slaginstrument)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

triangel zn. ‘slaginstrument’
Nnl. triangel ‘driehoekig slaginstrument’ in een triangel en een paar Turksche bekkens [1825; WNT Turksch], ik hou van ... den tjingelenden triangel [1840; WNT], met een triangel en een tamboerijn [1927; WNT].
Ontleend aan Frans triangle ‘driehoekig slaginstrument’ [1803; TLF], een specifieke betekenis bij algemener ‘driehoek’ [1269-78; TLF], ontleend aan Latijn triangulum ‘id.’, de zelfstandig gebruikte onzijdige vorm van het bn. triangulus ‘driehoekig’, gevormd uit tri- ‘drie-’, zie → drie, en angulus ‘hoek’, zie → angel ‘vishaak’.
Het Latijnse woord was zelf, al dan niet via het Frans, al eerder ontleend: mnl. ene trianghele ‘een driehoek’ [1287; VMNW], De trianghele an doostghevele ‘het driehoekig venster aan de oostgevel’ [1440; MNW]; vnnl. Triangle “een drijehoeck” [1553; WNT], triangel ‘driehoekig bouwwerk, uiteinde, afbakening enz.’ in triangels van steen [1633; WNT], triangel ‘zeker sterrenbeeld’ in (een comeet) gaende ... tot besuijden de triangel [1669; WNT]. Dit tot dan toe gewone woord voor ‘driehoek’ werd in het Vroegnieuwnederlands vervangen door de leenvertaling → driehoek.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

triangel [slaginstrument] {triangel(e) 1287} < frans triangle [idem] < latijn triangulum [driehoek], van tri- [drie-] (vgl. tri-) + angulus [hoek].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

triangel znw. m., mnl. triangel(e) ‘driehoek, driehoekig raamʼ < fra. triangle < lat. triangulus ‘driehoekʼ.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

triangel znw., nog niet bij Kil., mnl. = “driehoek, driehoekig raam”. Van fr. triangle resp. lat. triangulus “driehoek”. Ook elders ontleend.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

triangel ‘slaginstrument; (verouderd) driehoek’ -> Papiaments triangel ‘slaginstrument; driehoekig voorwerp; driehoek’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

triangel slaginstrument 1287 [CG NatBl] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut