Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

treuren - (verdrietig zijn)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

treuren ww. ‘verdrietig zijn’
Mnl. treuren, trueren, troren ‘droevig zijn’ in Truert om u leven niet ... maect goeden moet [1300-50; MNW-R], minne ... si doet sorghen, si doet singhen, si doet troeren, si doet springhen [1470-90; MNW]; vnnl. treuren ‘droevig zijn’ in ic truere, ben seer bedroeft [1546; WNT]; nnl. ook in vaste verbindingen als uit den treuren ‘zonder ophouden’ [1717; WNT], Daarom niet getreurd ‘daardoor niet ontmoedigd’ [1840; WNT].
Ontleend, wrsch. via Middelnederduits troren, truren in de mystieke literatuur, aan Middelhoogduits truren, Oudhoogduits trūrēn ‘treuren, het hoofd laten hangen’ [9e eeuw, Pfeifer] (Nieuwhoogduits trauern), dat met t-anlaut en rotacisme wrsch. (Pfeifer, Vercoullie) hoort bij de wortel pgm. *dreus- < pie. *dhreus- ‘vallen’ (LIV 157), waarbij ook druisen ‘lawaai maken (door vallen)’, zie → gedruis. De grondbetekenis van deze wortel is ‘vallen’ en de betekenis ‘treuren’ is dan ontstaan via betekenissen als ‘het hoofd laten hangen’ en ‘de ogen neerslaan’ als uitingen van verdriet; die betekenissen komen in het Oudhoogduits inderdaad voor. De vorm tru(e)ren is in het Nederlands na het eerste kwart van de 17e eeuw verdrongen door treuren, doordat de Statenvertalers deze laatste vorm verkozen.
Hoewel de wisseling t-/d- in het West-Germaans vaker voorkomt, zoals bij → dril naast → trillen, is de t-anlaut in treuren zeer wrsch. een gevolg van de Hoogduitse klankverschuiving.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

treuren [verdrietig zijn] {treuren, tru(e)ren, tro(e)ren 1350} < middelhoogduits truren, oudhoogduits truren (hoogduits trauern); verwant met drozen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

treuren ww., mnl. trōren, treuren, mnd. trōren ‘treurenʼ naast mnl. trûren. Beter dan als een anlautsvariant van drozen kan dit woord beschouwd worden als een ontl. (en wel door de mystieke literatuur) aan het nhd. vgl. ohd. trûren ‘de ogen neerslaan, treurenʼ (nhd. trauern), vgl. Th. Frings Germ. Rom. 1932, 212). Dit hd. woord behoort rechtstreeks tot de onder drozen genoemde woorden.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

treuren ww. Kil., mnl. trōren, trȫren. = mnd. trōren “treuren”. Ablautend met mnl. trûren (nog dial.) = ohd. trûrên “de oogen neerslaan, treuren” (nhd. trauern), mnd. trûren “treuren”. Naast wgerm. trū̆r- < trū̆z- < idg. drū̆s- staat een anlautvariant met wgerm. d: ags. drêorig “bedroefd, droevig” (eng. dreary). De bet. van treuren laat een combinatie met treuzelen (nog niet bij Kil.) toe, een ook ndd., fri. ww. Ook hiernaast een anlautvariant met d (wellicht ouder; tr- naar trijzelen? naar traag?): ags. drûsian “traag, minder krachtig worden” (eng. to drowse), zwits. treussen “lang met iets bezig zijn”, ndd. drüsler, dröser “sufferd”, de. drøse “luieren”. De beoordeeling van al deze vormen is lastig; wellicht moeten we van twee bases, idg. drū̆s- en dhrū̆s-, uitgaan. De laatste kan identisch zijn met de basis van os. driosan, ags. drêosan, noorw. dial. drjosa, got. driusan “vallen” (zie verder bij druisen), van drū̆s- kan ook russ. drýchnuť “maffen” komen en hoogerop kunnen lat. dormio, gr. darthánō “ik slaap”, ksl. drěmlju, drěmati “sluimeren”, oi. drā́ti, drā́yate “hij slaapt” verwant zijn; alles zeer onzeker. Voor de wisseling tr-: dr- vgl. nog Antw. truten, Zaansch, wfri. trutten: gron. drutten “treuzelen”.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

treuren. De mnl. mnd. tr- naast dr- in verwante wgerm. woorden wordt aardig verklaard, wanneer we treuren met Frings Germ. Rom. 212 als ontleend aan het Hd. beschouwen. De eu moet dan in zuidndl. diall. uit û voor r zijn ontwikkeld; mnd. trȫren via het Ndl. Mnl. trûren kan deels dezelfde klank hebben, deels (Heerle troer ‘rouw’) langs andere weg ontleend zijn (van mnd. trûren geeft het Mnd. Wtb. geen voorbeeld). Een en ander is niet zonder bezwaar, maar verdient toch ernstige overweging. De hier vermoede idg. basis *drū̆s- kan dan vervallen, alsmede de daarop gebouwde, zeer gewaagde, combinatie “hogerop” met lat. dormio enz.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

treuren ono.w., Mnl. troren +Mndd. id.; daarnevens met abl. Mnl. truren + Ohd. trûren (Mhd. id., Nhd. trauern), en met ander anlaut Ags. dréorig (Eng. dreary) = droevig.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

treur ww.
Bedroef of verdrietig wees, kwyn.
Uit Ndl. treuren (Mnl. trueren). In Mnl. kom talle wisselvorme voor, o.a. truren, troeren en troren. Na die eerste kwart van die 17de eeu word treuren die alg. vorm omdat die vertalers van die Statebybel daaraan die voorkeur gee.
Ndl. treuren wsk. uit Middelhoogduits truren (D. trauern), en wel deur die mistieke literatuur.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

treuren (Duits trauern)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

treuren ‘verdrietig zijn’ -> Fries treurje, treure ‘verdrietig zijn’; Negerhollands treer ‘verdrietig zijn’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

treuren verdrietig zijn 1350 [MNW] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut