Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

trekvogel - (vogelnaam)

Thematische woordenboeken

K.J. Eigenhuis (2004), Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen, Amsterdam

trekvogel trekvogels Aanduiding voor de categorie Vogels die trekt; de fundamenteel meest verschillende hiervan zijn de standvogels, d.w.z. de vogelsoorten die in onze streken niet of nauwelijks trekken (migreren).
Trekvogels verschijnen en verdwijnen op tamelijk vaste tijden in het jaar.
Fries trekfûgel; D Zugvogel; E/Am migrant (<migratory bird); F (oiseau) migrateur. Het woord van het lemma wordt niet als een naam beschouwd, omdat er geen bepaald taxon aan beantwoordt. Dit geldt ook voor standvogel en broedvogel ↑.
BENOEMINGSGESCHIEDENIS Houttuyn 1762 vermeldt naast het synonieme “Stryk-Vogelen” (p.10) ook het woord van het lemma, zij het met verbindingsstreepje: “Trek-Vogelen worden zodanige genoemd, die in de Lente uit andere Lan- den met geheele zwermen tot ons overkomen, en in ’t begin van den Herfst, of tegen den Winter, wederom elders verhuizen; gelyk dit van de Oijevaars, Zwaluwen en Leeurikken, in ’t algemeen geloofd wordt.”
Le Clercq 1776 II: Trek-Vogels (p.66), Trekvogels (p.84).
Van Heenvliet c.1636 neemt 3 categorieën aan, waarbij de trekvogels zijn opgesplitst in “Somertocht-vogelen” en “Wintertocht-vogelen”, d.w.z. trekvogels die in onze streken ofwel juist ’s zomers verblijven, ofwel juist ’s winters (deze categorie broedt elders, over het algemeen in noordelijker en oostelijker van ons gelegen streken). De term die Van Heenvliet gebruikt (tochtvogelen) is etymologisch identiek aan de D term. Deze is overigens niet zo oud: HG 1669 laat de Ooievaars in het najaar “darvon fahren” en in het voorjaar “wiederkommen” (de woorden ziehen en Zug vallen niet).
JvM c.1266 zegt van de Coturnix [Kwartel]: “In onse lant varen si ende coemen, So dat selden es vernomen Welctijt si comen ofte varen ...”; een woord dat op trekken lijkt, geeft hij niet; de mnl woorden voor ‘wegtrekken’ en ‘terugtrekken’ (van toepassing op onze zomergasten) gelijken op de D van Horst/Gesner (varen en fahren resp. comen (coemen) en wiederkommen.
Een heel oude germaanse term voor de categorie trekvogels veronderstelt Maak 2001; ohd *trahho (*dhreğ); als enig geattesteerd woord interpreteert hij in deze zin: ohd anutrehho ‘Woerd’ (maar in het germaanse spraakgebied is de Wilde Eend echter geen uitgesproken trekvogel).
Het omgekeerde van trekvogel, vogeltrek, is ws. een jonger woord. Schlegel 1828 sprak nog van “het trekken der vogels” (p.131) en “het verhuizen der vogels” (p.134). vD 1904 heeft vogeltrek niet als lemma; het staat in vD 1961. Van Dobben 1932 schreef het eerste jaarverslag van de Stichting Vogeltrekstation Texel. Drijver 1963 verenigt beide woorden in de titel van een boekje Vogeltrek en trekvogels.
ETYMOLOGIE trek trekken (intransitief) trec(k) (diverse betekenissen, maar níét die van ‘vogeltrek’) <trecken (intransitief; vele betekenissen, w.o. ‘zich verplaatsen van een leger’; MH 1932 noemt níét het ‘trekken der vogels’) (ook tracken en treken?); fries trek (“De fûgels binne op ’e trek”) trekke (“De fûgels trekke nei it suden” [Zantema 1992]) trekka; D Treck (van de Boeren in Zuid-Afrika; bij vogels spreekt men van Zug) trecken (schleswig-holsteinisch “de Lurk treckt, de Enten treckt, de Draak treckt” [Maak 2001]) >mhd trechen; noors trekkfugl [Schjøll 1960] en fugletrekk (vadertrekket ‘de Steltlopertrek’ [Bilet et al. 1992]) <trekke; deens traekfugl en fugltraek [Olsen 1992 p.70] <traekke. E track (znw. en ww.) trac ws. Verdere etymologie van trekken in ruime zin is onzeker; indien idg dan mogelijk verwant met N dragen en Lat traho ‘trekken, slepen’ (in het Lat komt de anlaut dr- niet voor; bijv. Lat draco ‘draak’ is uit het Gr geleend). NEW denkt ook aan een substraatwoord (“het hunnebeddenvolk moet wel een woord voor het slepen van de steenblokken hebben gehad.”).
Zweeds (fågel)sträck ‘(vogel)trek’ <sträcka ‘trekken van vogels’ is misschien hetzelfde woord als schleswig-holsteinisch trecken/deens traekke; ik weet niet waar de s in het zweedse woord vandaan komt.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal