Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

trein - (voertuig op het spoor)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

trein zn. ‘voertuig op het spoor’
Vnnl. trein, train ‘beweging, voortgang, loop, koers e.d.’ in inden rechten treyn ‘op de juiste koers’ [1561; WNT], goudt ende siluer in treyn gebracht ‘... in omloop gebracht’ [1613; WNT], om de zeevaert in treyn te houden [1626; WNT], en in concrete betekenissen ‘stoet, gevolg, lange rij’ in Treyn des princen [1573; WNT], een Treyn van 12 Soldaten [1669; WNT], nnl. een groote train van menschen en paerden [1711; WNT], een Trein Artillery [1763; Vad.lett., 13], een train van dienstboden [1768; Vad.lett., 89], in het bijzonder ‘rij wagens’, in een treyn van 50 a 60 broodwagens [1694; WNT], in de samenstelling spoortrein ‘rij voertuigen op het spoor’ in met de snelheid van een spoortrein [1837; WNT spoor IV], dan ook trein ‘id.’ in het getal der rijtuigen voor iederen Trein [1839; WNT], een dame staat neven 't station ..., Die meê met den trein wou [1849; WNT].
In diverse betekenissen ontleend aan Frans train, Oudfrans traïn ‘rij dieren, wagens’ [ca. 1220; TLF], eerder al ‘voorwerpen waarmee de grond bezaaid ligt’ [ca. 1165; TLF], afleidingen van traîner ‘trekken, slepen’, zie → trainen. Zie ook → traineren.
De betekenis ‘voertuig op het spoor’ is ontleend aan Engels train ‘samen voortgetrokken rij spoorwagons’ [1824; BDE], dat als Middelengels trayne ‘personen, dieren, wagens in een lange rij’ [1489; OED], eerder al ‘het rekken, het trekken’ [ca. 1330; OED] eveneens is ontleend aan het Oudfrans. Doordat in het Nederlands de betekenissen ‘rij voertuigen’ en ‘stoet legervoertuigen met personeel’ al zeer algemeen waren, kon de nieuwe betekenis ‘rij door een locomotief over rails getrokken voertuigen’ moeiteloos worden ingepast.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

trein [vervoermiddel over spoorrail] {1528 in de betekenis ‘koers’; de betekenis ‘legertros’ 1591; de huidige betekenis 1839} < engels train [idem] < frans train [gang van zaken, vaart, (leger)trein], van traîner [trekken, slepen] < middeleeuws latijn traginar(e), trahinare < latijn trahere [trekken]. Het woord trein is al eerder (1528) ontleend aan frans train in de betekenis van onder meer ‘beweging, duur, koers, handelwijze’.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

trein

Het woord trein is al heel oud. Het is het Franse train dat werd overgenomen in de oorspronkelijke betekenis: gang, beweging (être en train is: aan de gang zijn). Dan gaat het woord betekenen: duur, tijdsverloop. In een tekst van 1701 lezen wij over ‘een werck van langen treyn en aessem’. Vervolgens wordt trein gebruikt voor: voortgang, werking. Men sprak van munten die in trein gebracht werden (in omloop). Daarna betekent trein: koers, richting, methode. Naar de oude trein wil zeggen: naar oude gewoonte. Eindelijk gaat men trein ook bezigen voor: stoet, gevolg, tros en in het bijzonder voor al wat dient tot vervoer van wat een leger behoeft, dus: wagens, karren. Rijden die op rails en worden ze getrokken door een locomotief, dan heeft men een moderne trein.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

trein znw. m., sedert de 16de eeuw < fra. train een afl. van traîner, waarvoor zie: trainen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

trein znw., sedert de 16. eeuw. Evenals eng. train “trein” uit fr. train “id.” (rom. afl. van lat. trahere “trekken”).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

trein m., uit Fr. train, verbaalabstr. van traîner, Mlat. trahinare = voortsleepen, frequent. van Lat. trahere: z. dragen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

1trein s.nw.
1. Ry spoorwaens deur 'n lokomotief getrek. 2. Bepaalde vervoerdiens op die spoorweg. 3. Enige vervoermiddel op 'n spoor.
Uit Ndl. trein (1839 in bet. 1 en 2, 1851 in bet. 3). Ndl. trein is 'n veel ouer woord en het vroeër voorgekom in die bet. 'koers' (1528), waaruit 'voortgang, aksie' (1545), waaruit die militêre bet. 'proviand en middele benodig vir oorlogvoering' (1591), waaruit 'stoet, ry' (1608), waaruit 'waens in 'n ry' (1694), waaruit die huidige bet. 1 en 2 (1839).
Ndl. trein in bet. 1 - 3 uit Eng. train, en die vroeëre bet. van Ndl. trein uit Fr. train, met lg. uit Latyn trahere 'trek'.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

trein (Engels train)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Trein, van ’t Fr. train, van trainer = trekken, uit ’t Lat. trahinare = voorttrekken, frequ. van trahere, ons dragen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

trein ‘vervoermiddel over spoorrail’ -> Zuid-Sotho terene ‘vervoermiddel over spoorrail’ ; Javaans trin ‘vervoermiddel over spoorrail’; Makassaars terêng ‘vervoermiddel over spoorrail’; Saramakkaans talán ‘vervoermiddel over spoorrail’.

Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

trein [reeks spoorwagens die door een locomotief worden voortgetrokken] (1839). In 1839 werd de eerste spoorlijn van Nederland in gebruik genomen, tussen Amsterdam en Haarlem. In deze periode worden uit het Engels, waar de techniek vandaan kwam, de woorden bus, cokes (‘soort kolen’), locomotief, lorrie (‘laag en vlak dienstwagentje dat door mankracht kan worden voortbewogen’), rail, tender (‘kolenwagen’), tram, trein en tunnel geleend. Neerlandicus Jan te Winkel constateert in het gedenkboek Eene halve eeuw 1848-1898: “De spoorwegen zijn bij ons al een jaar of tien ouder, dan het midden onzer eeuw. Toch zijn de meeste woorden, die daarop betrekking hebben, eerst in de tweede helft der eeuw gevormd of algemeen in gebruik gekomen. De samenstelling locaalspoor dagteekent van omstreeks 1878. Nieuw zijn alzoo spoorwet, spoornet, spoorlijn, spoortrein, ook verkort tot spoor en tot trein, waarnaast goederentrein, sneltrein, bommeltrein (een te vergeefs bestreden germanisme), pleiziertrein en ten slotte zelfs harmonicatrein. Voor spoorwagen heeft men ook wagon, dat wat ouder, en coupé, dat wat jonger is. Voor kolenwagen gebruikt men ook tender. Station was niet nieuw, wel stationschef, evenals wisselwachter. Aan de Duitschers ontleende men halte, aan de Engelschen stoppen. Nieuw is retourbiljet, nieuwer rondreisbiljet, allernieuwst kilometerboekje. Ook de tram, aanvankelijk tramway en toen door het volk tramwáái genoemd, is bij ons nog geen vijftig jaar oud. Sinds er aanleiding was gekomen om van stoomtram te spreken, ontstond als tegenstelling ook paardentram. De oudere “omnibus” is er grootendeels, de “diligence” bijna geheel door verdrongen.Den vroegeren “char-à-bancs” kent niemand meer.”

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

trein vervoermiddel over spoorrail 1839 [WNT] <Engels

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

trein, wielerpeloton. De blauwe trein: benaming voor de koppels in de zesdaagse.

Jelle was de proloogspecialist en moest meerijden in de trein voor Van Poppel. (Vrij Nederland, 20/01/90)
knecht; gangmaker voor andere wielrenners.
Ik wil ook wel werken voor de ploeg, maar ik ben er niet meer om voor anderen alleen maar trein te spelen. (Elsevier, 07/04/90)
algemeen voor ‘ploeg’, in andere takken van sport; in het citaat wordt atletiek bedoeld.
Sebastian Coe (326) geeft leiding aan de Engelse trein. (De Volkskrant, 29/08/86)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut