Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

traven - (stouwen (van lading))

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

traven [stouwen (van lading)] {1671} < spaans trabar [vastgrijpen, vastmaken], portugees travar, teruggaand op latijn trabs (2e nv. trabis) [balk] (vgl. travee).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

traven ww. ‘stouwen, inpersenʼ, eerst nnl., eig. een romaans zeemanswoord, vgl. port. trabar ‘samenvatten, boeienʼ, fra. entraver ‘boeien aanleggen, hinderenʼ een abl. van ofra. tref ‘balkʼ < lat. trabs.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

traven (stouwen), nog niet bij Kil. Oorspr. rom. zeemanswoord: port. travar “samenvoegen, boeien”, fr. en-traver “id., tegenhouden” (lat. *trabâre, van trabs “balk”). Hierbij ook fr. travail, it. travaglio “noodstal” (zie travalje; ook anders verklaard), eng. trave “id.”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

traven o.w., uit het Rom. : Port. travar, Fr. en-traver: z. travalje.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut