Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

tragisch - (treurig)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

tragisch bn. ‘treurig’
Vnnl. tragisch ‘betreffende de tragedie, het treurspel’ in Tragische oft claechlijcke historien [1579; WNT], Tragische Comoedi ‘tragikomedie’ [1643; WNT]; nnl. tragisch ‘treurig’ [1824; Weil.], ‘betreffende het treurspel, dramatisch’ in een akteur in tragische vervoering [1840; WNT], tragische poëzie [1869; WNT], ‘treurig, deerniswekkend’ in het tragisch einde van een menschenleven [1883; WNT], het tragische zijner lotgevallen [1884; WNT zeggen I], ook wel ‘overdreven, pathetisch’ in Doe niet zo tragisch! [1929; WNT].
Ontleend aan Frans tragique ‘funest, dramatisch, vreselijk’ [1569; TLF], eerder al ‘van of betreffende de tragedie’ [1414; TLF], met, wellicht onder Duitse invloed, substitutie van het achtervoegsel door → -isch, zoals vaker gebeurt bij ontleningen aan Franse bn. op -ique, zie bijv.dynamisch. Het Franse woord is ontleend, wrsch. zowel via Latijn tragicus als rechtstreeks, aan Grieks tragikós ‘van of betreffende de tragedie’, een afleiding van trágos ‘bok, geit’, zie → tragedie.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

tragisch [treurig] {1579} < latijn tragicus [van het treurspel, dramatisch, verschrikkelijk] < grieks tragikos [van een bok, tragisch, deerniswekkend] (vgl. tragedie).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

tra’gisch ongeval (het, -len), noodlottig ongeval, ongeluk met dodelijke afloop. Direktie en personeel van () maken met diep leedwezen bekend dat hun trouwe* medewerker () ten gevolge van een tragisch ongeval is overleden op de leeftijd van 27 jaar (DWT 31-3-1981, in adv.). - Etym.: Het is de standaardformule in overlijdensadvertenties e.d. Ook tragisch verongelukken, tragisch omkomen e.d. komen voor. Dit SN gebr. van ’tragisch’ sluit aan bij de oorspronkelijke bet. waarin het element ’noodlot’ zit. In AN heeft ’tragisch’ veelal een verwaterde bet. als ’deerniswekkend’ of ’droevig’.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

tragisch ‘treurig’ -> Indonesisch tragis ‘treurig’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

tragisch treurig 1579 [WNT] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut