Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

tragedie - (treurspel, drama)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

tragedie zn. ‘treurspel, drama’
Mnl. tragedie ‘treurspel, dramatisch gedicht’ in tragediën ende comediën, dats ... dichten, baladen, romansen, rijmen ende liedekins [1485; MNW]; vnnl. tragedie, tragoedie ‘treurspel, treurdicht’ in Tragœdie, een ghedicht van heerlijcke luyden, ende van heerlijcke dinghen die eenen droeuen wtganck of eynde hebben [1553; Van den Werve], Oftmen gheestelicke comedien ende tragedien voor den volcke in Rhetoryke spelen magh? [1578; WNT], ook figuurlijk ‘tragische gebeurtenis(sen)’ in tragedien Van onreyn vrouwen, die haer houwelijck braken [1582; WNT], (over schipbreukelingen) een afgrysselyke tragedie [1693; WNT].
Ontleend, wrsch. zowel via Frans tragédie, ouder tragedie ‘treurspel, type toneelstuk’ [1553; TLF], ‘tragische gebeurtenis(sen)’ [1552; TLF], eerder al ‘dramatisch gedicht’ [ca. 1300; TLF] als rechtstreeks, aan Latijn tragoedia ‘treurspel’, ontleend aan Grieks tragōidíā ‘dramatisch gedicht of toneelstuk in statige taal, met ongelukkige afloop’. Het Griekse woord is een afleiding van trágos ‘bok’ en betekent letterlijk ‘lied der bokken’: volgelingen van Dionysus, de god van onder meer de wijn, de oogst en ook de lente, verkleedden zich als bokken en uit de rituelen bij zijn verering is het Griekse drama ontstaan.
Grieks trágos ‘geitenbok’ is een nomen agentis bij trageĩn (aoristus) en trṓgein ‘knabbelen, knagen’, waarvan de verdere herkomst onduidelijk is.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

tragedie [treurspel] {1485} < frans tragédie < latijn tragoedia < grieks tragōidia [treurspel], van tragos [bok] (vgl. dragee) + ōidè [gezang, gedicht, lied] (vgl. ode); van deze twee componenten uit zijn uiteenlopende verklaringen gegeven, die geen van alle zekerheid bieden → komedie.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

tragedie znw. v., eerst ouder-nnl. < lat. tragoedia < gr. tragōidia oorspr. ‘gezang van als bok verklede mannenʼ, afgeleid van tragos ‘bokʼ en ōidia ‘gezangʼ.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

komedie znw., nog niet bij Kil. Wsch. direct uit lat. cômoedia (gr. kōmōdía); evenzoo dan ook tragedie (nog niet bij Kil.) uit tragoedia (gr. tragōdía), Het ndl. accent maakt ontl. uit het Fr. onwsch.; dan nog eer uit het It. Internationaal woord; evenzoo tragedie.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

tragedie s.nw.
1. Ernstige toneelstuk met 'n droewige slot. 2. Treurige gebeurtenis.
Uit Ndl. tragedie (al Mnl. in bet. 1, 1582 in bet. 2).
Ndl. tragedie uit Fr. tragédie uit Latyn tragoedia uit Grieks tragoidia 'treurspel', 'n samestelling van tragos 'bokram' en oide 'gesang, gedig, lied'. Hoe die bet. van die twee elemente tot die huidige bet. ontwikkel het, is nog nie bevredigend verklaar nie.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

tragedie (Latijn tragoedia)

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Tragedie (Gr.: tragodia = boksgezang, van tragos = bok en oodè = gezang; bij ons “treurspel”). Bij het offeren van een bok (waarschijnlijk als verwoester der wijngaarden) werden bij de Grieken klaagliederen over het leed van Bacchus, den wijngod, gezongen, die langzamerhand een dramatischen vorm verkregen en zoo den naam gaven aan de tragedie.
Dit soort van tooneelspel (z. d. w.) toont ons een strijd, door schuld veroorzaakt en onder lijden gedragen; het brengt een weemoedigen, treurigen indruk te weeg (vandaar de naam), die medelijden en afschrik inboezemt. Het geeft ons een mensch te aanschouwen, die ongelukkig is door het mislukken van een pogen, dat menschelijke krachten te boven gaat. “Als de mensch, zijns ondanks meegesleept door zijn hartstochten (heerschzucht, hoogmoed, gouddorst, enz.), in verzet komt met de zedelijke wereldorde en plannen koestert, die hij niet straffeloos verwezenlijken kan, juist omdat hij mensch moet blijven, omdat een hoogere macht (vaak die der omstandigheden, maar meestal God of een godheid) hem tegenwerkt, dan is hij een tragisch karakter. Hij wekt ons tragisch medelijden op, wij voelen sympathie voor den held der tragedie, maar wij sidderen tevens, omdat wij met zekerheid zijn ondergang tegemoet zien: wij gevoelen reeds vooraf, dat zijn hartstocht hem tot een daad zal verleiden, die hem te gronde moet richten, omdat de eeuwige gerechtigheid zich niet ongestraft laat bespotten. Dit tragische nu in het karakter van den held vormt den grondtrek van de tragedie.”

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

tragedie ‘treurspel’ -> Indonesisch tragédi ‘treurspel’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

tragedie treurspel 1485 [MNW] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut