Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

toss - (opgooi)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

tossen ww. ‘een munt opgooien’
Nnl. tossen ‘(sportterm) een munt opgooien om te bepalen wie het recht van keuze heeft’ in Welke partij den beginschop mag doen wordt door opgooien van een muntstuk (“tossen”) beslist [1909; WNT tossen II], ‘dobbelen, opgooien, om de plaats der spelers te bepalen’ [1914; Koenen].
Ontleend aan Engels toss ‘opgooien, werpen van een muntstuk’ [voor 1800; BDE], eerder ‘(algemeen) gooien, werpen’ [1506; OED], daarvoor al in de vorm tossen [voor 1450; BDE]. Verdere herkomst onzeker.
toss zn. ‘het opgooien van een munt’. Nnl. toss ‘id.’ [1889; Van der Sijs 2001], “opgooi, wedgooi” [1912; Kramers]. Ontleend aan Engels toss, eerst in de vorm toss-up (en daaruit verkort) ‘het opgooien van een munt’ [ca. 1798; OED], eerder al toss ‘(algemeen) het opgooien’ [1634; BDE], afgeleid van het ww.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

toss [opgooi] {1901-1925} < engels toss, van to toss [opgooien], etymologie onbekend.

Thematische woordenboeken

L. Koenen, R. Smits (1992), Peptalk, De Engelse woordenschat van het Nederlands

toss [tos] {worp} het kruis of munt gooien. Bijv. voor een sportwedstrijd om uit te maken wie op welke speelhelft begint.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

toss ‘opgooi’ -> Indonesisch tos ‘opgooi’ (uit Nederlands of Engels); Jakartaans-Maleis tos ‘geldstuk dat men gebruikt om te bepalen wie er wint’ (uit Nederlands of Engels).

Dateringen of neologismen

F. Bakker, E. van Ruijsendaal, P. Uljé, D. van Zijderveld, Vindpunt.nl – elektronisch doorzoekbare Woordenlijst Overbodig Engels met Nederlandse tegenhangers, uitgebreide en verbeterde voortzetting van de boekuitgaven Funshoppen in het Nederlands (2009) en Op-en-Top Nederlands (2015)

toss zn. Ontleend aan het Engels.
= opgooi, kruis of munt.

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

atletiek [tak van sport] (1889). In 1889 wordt de Nederlandse Voetbal- en Atletiekbond opgericht. Eind achttiende eeuw ontstaat in Engeland en Duitsland een stroming die veel waarde hecht aan lichamelijke opvoeding en deze tot een onderdeel van de opvoeding wil maken. Dat lukt, want het wordt uiteindelijk overal een verplicht leervak op scholen. Uit deze beweging komen atletiek en turnen (Duitse leenwoorden) en gymnastiek (een Frans leenwoord) voort. In de tweede helft van de negentiende eeuw neemt het Nederlands vele Engelse sporttermen over (want Engeland is dé sportnatie). In 1889 zijn bijvoorbeeld nog genoteerd batsman, captain, inning, lawntennis, record, run, score, toss.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

toss opgooi 1889 [Het Sportblad 1:1, 6 jun. 16b] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal