Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

toost - (feestdronk)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

toost zn. ‘feestdronk’
Nnl. in de vorm toast “vriendschappelijke dronk, op gastmalen, met eenige bijgevoegde aanmerkingen en betuigingen, ten aanzien van hem, wiens gezondheid gedronken, of in opzigt tot de zaak, waaraan, bij die gelegenheid, gedacht wordt; ook het drinken op de gezondheid van eenen afwezenden persoon” [1824; Weiland], toost in Een toost, die ... men evenwel niet te druk moet herhalen [1839; WNT druk].
Ontleend aan Engels toast ‘heildronk’ [1746; BDE], eerder al ‘heildronk voor een bekende en welgestelde dame’ [1709; BDE], ‘drankje met stukjes geroosterd brood erin’ [eind 17e eeuw; OED], oorspr. ‘bruin gebakken, geroosterd stuk brood’, zie → toast 2, omdat het vroeger gebruikelijk was gekruid geroosterd brood in wijn en andere dranken te dopen ter verrijking van de smaak.
De spelling met -oo- verschijnt al in de 19e eeuw, volgens het WNT (in 1951) omdat toost geheel in het Nederlands is opgenomen, in tegenstelling tot toast, “dat nog steeds als vreemd gevoeld wordt”. Dit spellingonderscheid werd overigens pas officieel vastgelegd in de Woordenlijst van 2005.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

toost znw. m., eerst nnl. < ne. toast ‘heildronk aan een maaltijdʼ, eig. hetzelfde als toast ‘geroosterd broodʼ (< ofra. toster ‘roosterenʼ bij het deelw. lat. tostus), zo genoemd omdat het vroeger gebruikelijk was geroosterd brood in wijn en dgl. dranken te dopen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

toost znw. Jonge ontleening uit eng. toast.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

toost m., uit Eng. toast = 1. geroosterd brood, 2. heildronk, omdat degene die een heildronk uitbracht, een beker met een stuk geroosterd brood liet rondgaan om bij deszelfs terugkeer hem te ledigen en het brood op te eten. Eng. toast is uit Ofra. toste, Lat. tostam (-a), zelfst. gebr. vr. v.d. van torrere = verdorren, droogbranden (z. dor).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

toost (Engels toast)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal