Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

tonnage - (grootte van een schip uitgedrukt in tonnen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

ton zn. ‘vat; 100.000 euro (NN); 1000 kilo’
Onl. tunna ‘vat’ [1159-64; ONW]; mnl. tonne in ene tonne vol souts ‘een ton vol zout’ [1285; VMNW], dan ton in de samenstelling tonharinx ‘van tonharing’ [1336-39; MNW last]; vnnl. ton en tonne ‘ton, vat’ [1588; Kil.], tonne gouds ‘honderdduizend goudstukken’ [1599; Kil.], tonne oft vat .j. twee dusent ponden ‘(=1000 kilo)’ [1599; Kil.], een tonneken rijker ‘een kleine 100.000 gulden rijker’ [1640; iWNT]; nnl. ruim een ton (in euro's) [2001; Elsevier].
Ontleend, al dan niet via Frans tonne ‘grote ton’ [1283; TLF], aan middeleeuws Latijn tunna (ook wel tonna) ‘id.’ [8e eeuw; Rey], dat ontleend is aan een Keltisch woord dat men ook terugvindt in Oudiers tonn ‘huid’, ook ‘leren wijnzak’. De betekenis ‘2000 pond’ is mogelijk ontstaan onder invloed van een soortgelijke betekenis van Engels tunne [1588; OED], eerder al toun [1485; OED], dat een voortzetting is van tunne ‘ton, vat’ [ca. 725; OED] met dezelfde oorsprong als middeleeuws Latijn tunna.
Os. *tunna (mnd. tunne, tünne); ohd. tunna (mhd. tunne, nhd. Tonne); ofri. tunne, tonne (nfri. tûne, tonne); oe. tunne (me. tunne, tonne, ne. ton, tun); on. tunna (nzw. tunna); alle oorspr. ‘vat’.
Het woord ton (tonne) wordt al vanaf de eerste vermeldingen gebruikt als inhoudsmaat voor artikelen die in een ton werden opgeslagen. Hieruit is ook het gebruik van ton als geld- en gewichtsmaat ontstaan.
tonnage zn. ‘laadvermogen van een schip uitgedrukt in tonnen’. Vnnl. tonnage ‘accijns per ton gewicht’ [1545; MNHWS]; tonnage ‘scheepsgrootte in tonnen’ [1824; Weiland]. In het Nieuwnederlands ontleend aan Engels tonnage ‘laadvermogen van een schip’ [1718; OED], eerder al Tonage ‘accijns op goederen per vat’ [1422; OED], dat evenals als mnl. tonnage ‘accijns per ton gewicht’ ontleend is aan Frans tonnage ‘accijns betaald op wijn in een ton’ [1300; Rey], afgeleid van tonne met het achtervoegsel -age zie → -age.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

tonnage [grootte van een schip uitgedrukt in tonnen, tonnengeld] {1545? in de betekenis ‘recht geheven per ton koopmansgoederen’; de betekenis ‘grootte van een schip in tonnen’ 1901-1925} < frans tonnage, dat oorspr. betekende ‘belasting op vaten wijn’, gelijk middeleeuws latijn tunnagium, tonnagium, afgeleid van ton (vgl. ton1) middels -age. In vermoedelijk 1545 komt tonnage in het nl. voor in de betekenis ‘recht, geheven per ton koopmansgoederen’.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

tonnage ‘grootte van een schip uitgedrukt in tonnen’ -> Indonesisch tonase ‘grootte van een schip uitgedrukt in tonnen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

tonnage grootte van een schip uitgedrukt in tonnen 1907 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut