Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

toernooi - (reeks wedstrijden; steekspel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

toernooi zn. ‘reeks wedstrijden; steekspel’
Mnl. tornoj ‘ridderlijk steekspel’ [1240; VMNW], Van dien turnoyen ‘van dat toernooi’ [1250; VMNW]; nnl. tournooi ‘schaaktoernooi’ [1858; Leeuwarder Courant].
Ontleend aan Frans tournoi ‘tournooi’ [13e eeuw; Rey], eerder al turnei ‘id.’ [ca. 1165; Rey], naast tornei ‘strijd’ [ca. 1130; Rey], een afleiding van het ww. tournoyer ‘dwarrelen, wendingen maken’ [ca. 1195; TLF], ook torneier ‘deelnemen aan een toernooi’ [ca. 1165; TLF], naast turneer ‘grillig draaien’ [ca. 1140; TLF], een afleiding van tourner ‘draaien’. Toernooi was dus oorspr. het voltigeren te paard. Zie → toer.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

toernooi [steekspel] {to(u)rnooy, terney [steekspel, de wisselvalligheid van het aardse] 1201-1250} < oudfrans tornei, tornoi, frans tournoi, van tourner [wenden, draaien] < latijn tornare [op de draaibank draaien] (vgl. toer1, tornen1).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

toernooi znw. o., ouder tornooi, mnl. tornoy, tornooy m. ‘ridderlijk steekspel’, evenals mnd. tornei, mhd. turnei, turnoi < ofra. tournei, tournoi, afl. van ofra. tourneier ‘wendingen maken, toerneren’. Dit woord gaat terug op lat. tornus ‘draaischijf’. Het tournooi was dus oorspronkelijk niet zo zeer een ‘steekspel’ als ‘het voltigeren te paard’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

tornooi znw. o., mnl. tornoy, -ooy m. Evenals mhd. turnei, -oi m., mnd. tornei m. (o.?) uit ofr. tournei, tournoi “tornooi” (bij tourner “wenden, draaien”; zie toer). Het mnl. ww. tornieren = mhd. (nhd.) turnieren, mnd. tornêren (waarbij mhd., nhd. turnier, mnd. tornêr m. “tornooi”) < ofr. tourn(o)ier.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

toernooi o., Mnl. tornooi, uit Fr. tournoi, van tournoyer, tourner: z. toer.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

toernooi s.nw.
1. Middeleeuse ridderspel. 2. Reeks sportwedstryde in 'n bepaalde periode.
Uit Ndl. toernooi (Mnl. tornooy, tournooy in bet. 1, 1688 in bet. 2). Die Middeleeuse ridderspel was spesifiek 'n steekspel. Na die Middeleeue het die spel in onbruik geraak, en is die naam oorgedra op allerlei ander steek- en gevegspele en wedstryde, en uiteindelik op enige sportkompetisie.
Ndl. toernooi uit Oudfrans tornei, tornoi (Fr. tournoi). Oudfrans tornei, tornoi van tourner 'wend, draai', met lg. uit Latyn tornare 'in die rondte draai'.
D. Turnier, Eng. tournament, tourney.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

toernooi (Frans tournoi)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

toernooi ‘steekspel’ -> Duits Turnier ‘sportwedstrijd; feestelijk evenement bij middeleeuwse vechtwedstrijd tussen ridders’ (uit Nederlands of Frans); Indonesisch turnoi ‘steekspel’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

toernooi steekspel 1240 [Bern.] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal