Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

toekomst - (tijd die nog komen moet)

Etymologische (standaard)werken

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

toekomst

In dit woord, dat thans uitsluitend aanduidt: de tijd die na het heden komt, de periode die nog voor ons ligt, kan men nog gemakkelijk de oorspronkelijke betekenis herkennen. Toe-komst is: het naar iemand toekomen, de nadering, de aankomst, de komst. Zo sprak men van de toekomst Christi, in de zin van: de komst van Christus. In woorden als: komst, nadering zit echter al een element dat wijst naar de tijd die nog vóór ons ligt. Dezelfde ontwikkeling heeft het Duitse woord Zukunft doorgemaakt, dat ook aanvankelijk: aankomst, gebeurtenis betekende. In de achttiende eeuw betekende Zukunft al: toekomst en dat heeft op de betekenisontwikkeling van ons woord toekomst zeker invloed uitgeoefend.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

toekomst znw. v., mnl. toecomste ‘bezoek; toedracht van een zaak, lotgevallen, haven’, Kiliaen ‘aankomst, bezoek’, mnd. to-kum(p)st ‘aankomst, resultaat’, mhd. zuokunft v. ‘aankomst, resultaat’, laat-mhd. ook ‘toekomst’ (nhd. zukunft).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

toekomst znw., bij Kil. slechts = “adventus”, mnl. “id.” (vaak: die toecomst Christi) en “bezoek, toedracht, lotgevallen, haven”. Hd. zukunft v. “toekomst” eerst sedert de 18. eeuw, mhd. zuokunft v., mnd. tô-kum(p)st v. (m.) = “aankomst, resultaat”. Wel gaat nhd. zukünftig “toekomstig” op de mhd. periode terug; ook al mnd. tôkōmenheit v. “toekomst”, tôkum(p)stich “toekomstig”, Kil. toekomende tijd, toekomstigh, mnl. toecōmende.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

toekomst. Mhd. zuokunft ook al = ‘toekomst’ (laat-mhd.).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

toekomst ‘tijd die nog komen moet’ -> Negerhollands toekomst, tukomst ‘tijd die nog komen moet’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut