Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

tobbe - (kuip)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

tobbe zn. ‘kuip’
Mnl. tobbe, tubbe ‘kuip’ in Eenen tubbe slijps ‘een kuip vijlsel’ [1252, kopie 1350-1400; MNW], met tubben ende met andren vaten ‘met kuipen en met andere vaten’ [1312; MNW], cupen ... tonnen ende tobben ‘kuipen, tonnen en tobben’ [1377-78; MNW].
Mnd. tobbe, tubbe ‘tap; houten stift om iets aan op te hangen’; nfri. tobbe ‘tobbe’. Me. tobbe, tub (ne. tub) is ontleend aan het mnl.
Herkomst onbekend. Verband met Duits Zuber ‘tobbe, kuip’ is ondanks de overeenkomst in vorm en betekenis onmogelijk omdat dit teruggaat op oorspr. *zwī-bar, waarmee een emmer met twee oren is bedoeld, zie ook → emmer. Misschien is het te verbinden met onl. dobbo ‘waterpoel’, maar dan is de t- niet te verklaren.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

tobbe* [kuip] {tobbe(n), tubbe 1252} middelnederduits tover, tobbe, oudhoogduits zubar, zwibar [vat met twee oren], van zwene [twee] + beran [dragen], vgl. baren1, hoogduits Zuber, fries tobbe, middelengels tobbe, tubbe; etymologie onbekend.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

tobbe znw. v., mnl. tobbe, tubbe m. v., mnd. tobbe, tubbe m., fri. tobbe, ne. tub (of dit aan het continent ontleend? Zo Toll, Niederl. Lehngut im Mittelenglischen 1926, 52); eerst ± 1386 bekend en daarom is ontlening weer zeer waarschijnlijk (vgl. Bense 514).

Onverklaard. Verband met nhd. zuber is niet wel mogelijk, daar ohd. zuibar, zuuipar zeker niet als secundaire vorm te beschouwen zal zijn, maar men inderdaad van ‘emmer met twee oren’ zal moeten uitgaan.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

tobbe znw., mnl. tobbe, tubbe m. v., nog vla. tubbe, tibbe (met umlaut van wgerm. u). = mnd. tubbe, tobbe m., fri. tobbe, eng. tub “tobbe”. Wsch. verwant met ohd. zubar o. (nhd. zuber, zober m.), mnd. tōver m. “tobbe”, in welk geval de ohd. bijvorm zwibar jonger is en als tegenhanger van einbar, eimbar (zie emmer) opgekomen. Oorsprong onzeker. Eventueel zouden obg. dupina “hol” e.a. bij diep besproken woorden idg. d kunnen hebben en met tobbe van idg. dup- resp. dubh- “uithollen, hol zijn” komen.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

tobbe. Toll Lehng. 52 acht eng. tub (meng. tobbe, tubbe) van het continent ontleend: mogelijk, maar onzeker.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

tobbe v., Mnl. tubbe + Ohd. zubar (Mhd. zuber, Nhd. id.) + Gr. dí-phros: een samenstelling gelijk emmer: in beide woorden is het tweede lid hetzelfde; het eerste in tobbe is *twi, zwakke vorm van twee (z.d.w.). Uit het Ndl. komt Eng. tub.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Tobbe, Mnl. tubbe, van ’t Lat. tubus = buis (denk o. a. aan verftuben). Sommigen zien er het Ohd. zubar in, dat voor zwi-bar staat en letterlijk bet.: vat met twee dragers (zwi = twee; bar bet. drager). Zie ook Emmer.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

tobbe ‘kuip’ -> Engels tub ‘kuip, ton (ook als inhoudsmaat); badkuip; dikzak (slang); schuit’; Duits Tub ‘Engelse gewichtsmaat voor boter of thee’ ; Deens tove ‘kuip’ (uit Nederlands of Nederduits); Frans dialect tubin, touppequin ‘grote kuip, waskom; houten emmer voor het melken van de koeien; toiletpot’; Negerhollands tobo, tober, tubu ‘kuip, wastafel’; Sranantongo tobo ‘kuip’; Saramakkaans tóbó ‘kuip’; Sarnami tobo ‘kuip’; Creools-Engels (Maagdeneilanden) † tobo ‘kuip’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

tobbe* kuip 1252 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut