Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

tinnef - (slechte waar, tuig)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

tinnef [slechte waar, tuig] {1906} vgl. rotwelsch tinnef < jiddisch tinnef [rommel, slechte kwaliteit] < hebreeuws ṭinnūph [vuil, smeerboel, rotzooi].

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

tinnef: (Bargoens) verachtelijk persoon of groep personen; gespuis*; uitschot*. Van het Hebreeuwse tinnuf (vuil, smeerboel). Ook gebruikt voor ‘slechte koopwaar’.

Dan kunnen wij meteen samen eens praten over het nieuwe ministerie. Ik geloof, onder ons gezegd en gezwegen, dat ze mij weer met een aardig zoodje tinnef hebben opgescheept. (Maurits Dekker, Amsterdam bij gaslicht, 1949)

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

tinnef (Jiddisch tinnef)

P.G.J. van Sterkenburg (2001), Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie, 2e druk, Den Haag

tennef, tinnef. Tennef betekent ‘rommel, slechte waar’ en is afkomstig uit het Hebreeuwse tiennoef ‘vuil, drek’. Met de verwensing krijg de tennef! wenst men iemand in geval van verontwaardiging verderf toe. Die emotionele betekenis kan het best weergegeven worden met ‘sterf, rot op’. De Rotterdamse bokser Bep van Klaveren was een grootgebruiker van deze verwensing.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

tinnef slechte waar, tuig 1906 [MOO] <Jiddisch

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut