Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

thuisbrengen - (naar huis brengen, brengen waar iets (be)hoort)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

thuis’brengen (bracht thuis, heeft thuisgebracht), (i.h.b.:) mee naar zijn/haar eigen huis nemen om aan de huisgenoten voor te stellen (gezegd van persoon van de andere sexe waarmee een verhouding groeiende is). Ik heb nog nooit één thuisgebracht toch*, zei ik. - O, zei ze, dus deze is ernstig, om hoe laat breng je haar? Ik wil thuis zijn (Dobru 1967: 34). Een jaar later ontmoette Siglinde een aardige jongen die zij thuisbracht bij Ma Akoeba (Bradley 1975: 31).

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

2257. Iemand (of iets) niet kunnen thuisbrengen,

d.w.z. niet kunnen zeggen waar iemand thuishoort, wie of wat hij (het) is, er geen weg mee weten. In de 18de eeuw opgeteekend bij Tuinman I, 296; II, 201: Waarom wordt gezegt, 't Is een wilde dag? Ik weet dat niet t'huis te brengen; Halma, 320: Ik weet hem niet thuis te brengen, ik kan mij niet erinneren wie hij is. Waar zal men dat te huis brengen, hoe zal men dat verklaaren? Sewel, 349: Ik weet niet waar ik hem t'huis zal brengen, waar ik hem gezien heb; Harreb. I, 343: Ik weet hem niet t'huis te brengen; fri. ik koe him net to wei bringe. Ook in Zuid-Nederland: iemand niet thuis kunnen wijzen, niet bepaald kunnen zeggen wie hij is (Antw. Idiot. 1236; Rutten, 97; Waasch Idiot. 300).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal