Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

thomas - (voornaam)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

Thomas [voornaam] {1212-1223} < latijn Thomas < aramees təʼōmā [tweeling]. De uitdrukking een ongelovige Thomas [een zeer sceptisch iemand] {1695} is ontleend aan Johannes 20:25.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

Thomas (Latijn Thomas); (ongelovige --)
Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

2256. Een ongeloovige Thomas,

d.w.z. iemand die niet spoedig iets gelooft, niet gauw te overtuigen is. Herinnering aan den Bijbel, Joh. XX, 25; vgl. Campen, 43: ick slachte die onghelovige Thomas, ick moet tasten ende voelen. Zie verder Harrebomée II, 329 b; C. Wildsch. VI, 8; Ndl. Wdb. X, 1620; Antw. Idiot. 1236; Claes, 235; fr. être incrédule comme Saint-Thomas; hd. ein ungläubiger Thomas; eng. an unbeleiving Thomas.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut