Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

therapeut - (geneeskundige)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

therapie zn. ‘behandelwijze’
Nnl. therapie ‘geneeswijze’ in Therapie, of de kennis van 't geen dienen kan, om ongesteldheden ... te genezen en te verzagten [1780; Vad.Let., 33], therapie ‘leer van de genezing der ziekten, geneeskunde’ [1824; Weiland], ‘behandelwijze, geneeswijze’ in therapie ‘ziektebehandeling’ [1907; Koenen], Hij zal een therapie instellen [1949; WNT].
Internationaal wetenschappelijk neologisme, ontleend aan Grieks therapeíā ‘het genezen, het helen’, een afleiding van therapeúein ‘genezen, behandelen’, verwant met therápōn ‘bediende, begeleider, bewaker’, van verder onbekende herkomst.
therapeut zn. ‘behandelend geneeskundige’. Nnl. therapeut ‘geneeskundige’ [1847; Kramers], ook ‘behandelaar van psychische aandoeningen’ in Voor het psychische herstel na langdurige ziekten is het werk van de therapeut uiterst belangrijk [1956; WNT]. Ontleend via Duits Therapeut ‘behandelend arts, geneeskundige’ [begin 19e eeuw; Pfeifer] of Frans thérapeute ‘geneeskundige’ [1877; Rey], eerder al ‘verzorger (in de oudheid)’ [1704; Rey], aan Grieks therapeutḗs ‘hij die hulp verleent, verzorgt’, een afleiding van therapeúein ‘behandelen, genezen’, zie hierboven.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

therapeut [geneeskundige] {1847} < grieks therapeutès [dienaar, verzorger], van therapeuein (vgl. therapie).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

terapeut s.nw.
Persoon wat fisiese of psigiese siektes volgens bepaalde genesingsmetodes behandel.
Uit Ndl. therapeut (1847).
Ndl. therapeut uit Grieks therapeutès 'dienaar, versorger' van therapeuein 'dien, versorg, genees'.
D. Therapeut, Eng. therapeutist (1816), Fr. thérapeute (1886).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

therapeut (Grieks therapeutès)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

therapeut geneeskundige 1847 [KKU] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal