Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

testament - (laatste wilsbeschikking; gedeelte van de bijbel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

testament zn. ‘laatste wilsbeschikking; gedeelte van de bijbel’
Mnl. testament ‘laatste wil’ [1240; Bern.], din testament is gemakt ‘je testament is opgemaakt’ [1270-90; VMNW], ‘gedeelte van de bijbel’ in tniewe testament [1285; VMNW], dat oude Testament [1380-1400; MNW-P], ‘laatste wil’ in huere testament maecte [1389; Bolsée 1929]; geven in testament ‘bij testament vermaken’ [1477; Teuth.]; vnnl. alle testamenten by yemande ghemaect [1545; Stall.].
Ontleend, al dan niet via Frans testament ‘laatste wilsbeschikking’ [ca. 1175; TLF], aan Latijn testāmentum ‘wilsbeschikking’. Latijn testāmentum is gevormd met het achtervoegsel → -ment van testāri ‘een wilsbeschikking maken, getuige zijn’, dat zelf een afleiding is van testis ‘getuige’.
De betekenis ‘een van de twee onderverdelingen van de bijbel’ is eveneens ontleend aan het Latijn. Latijn vetus testāmentum ‘oude testament, het oude verbond’ en novum testāmentum ‘nieuwe testament, het nieuwe verbond’ waren leenvertalingen van resp. Grieks palaiā́ diathḗkē en kainḕ diathḗkē. Grieks diathḗkē ‘regeling, verdrag, verbond’ werd gebruikt in de beschrijving van het Laatste Avondmaal en kon zo geassocieerd worden met het begrip ‘laatste wilsbeschikking’, waardoor testāmentum door Tertullianus (ca. 160-ca. 230) voor het Latijn als vertaling werd gekozen.
Latijn testis ‘getuige’ is verwant met Oskisch trstus (mv.) ‘getuigen’, uit Italisch *tri-sti-, -sto-, en met Oudiers triss ‘derde’ < *tristo-. Wrsch. door haplologie ontstaan uit pie. *trito-sth2-o-, uit *trito- ‘derde’, zie → drie, en de wortel van → staan. De oorspronkelijke betekenis is dan ‘persoon die als derde staat’, namelijk als derde persoon in een gerechtelijke aangelegenheid tussen twee andere personen.
Lit.: J. Bolsée (1929), La grande enquête de 1389 en Brabant, Brussel

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

testament [beschikking voor na de dood] {1201-1250 in de betekenis ‘laatste wil, verbond’} < latijn testamentum [laatste wil, in chr. lat. verbond, belofte, gebod], van testari (verl. deelw. testatum) [getuigen], van testis [getuige] (vgl. testikel), een samenstelling van een met tres [drie] verwant element + stare [staan], dus lett. ‘de derde die erbij staat’.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

testament znw. o., mnl. testament ‘uiterste wilsbeschikking’ lat. testamentum. De bet. ‘bijbelse boeken’ komt ook reeds in het mnl. voor.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

testament znw. o., reeds mnl. In de bett. “uiterste wil” en “bijbelsche boeken”. Uit lat. testâmentum.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

testament o., uit Lat. testamentum = getuigenis, van testari, van testis = getuige. De bet. uiterste wil berust op die van bewijsstuk, oorkonde; de bet. Oud en Nieuw Test. op die van oorkonde des Ouden en Nieuwen Verbonds.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

testament s.nw.
1. Wettige uiteensetting oor die verdeling van 'n persoon se besittings na afsterwe. 2. (met 'n hoofletter) Elk van die twee hoofdele van die Bybel. 3. Nagelate samevatting van 'n invloedryke persoon se opvattinge.
Uit Ndl. testament (al Mnl. in bet. 1 en 2, 1557 in bet. 3).
Ndl. testament uit Latyn testamentum 'laaste wil, belofte, gebod', van testari (verlede dw. testatum 'getuie'), van testis 'getuie'.
D. Testament, Eng. testament.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

testament (Latijn testamentum)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

testament ‘beschikking voor na de dood; deel van de bijbel’ -> Indonesisch téstamén ‘beschikking voor na de dood’; Javaans tastemèn, tesmèn ‘beschikking voor na de dood’; Singalees testamentu-va ‘beschikking voor na de dood; deel van de bijbel’ (uit Nederlands of Portugees); Negerhollands testament ‘beschikking voor na de dood; deel van de bijbel’; Papiaments testament ‘beschikking voor na de dood; deel van de bijbel’; Sranantongo tèstamènti ‘beschikking voor na de dood; deel van de bijbel’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

testament beschikking voor na de dood 1240 [Bern.] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut